Aanduidingen en functies
Zelftest met automatische foutmelding
De rookmelder voert regelmatig een zelftest uit en kan de gevoeligheid van de
rookmeetkamer bij vervuiling automatisch corrigeren. Wanneer de gevoeligheid
van de melder daalt tot onder een bepaald niveau (bijvoorbeeld door overmatige
vervuiling van de meetkamer), genereert de melder om de 40 seconden een
piepsignaal.
Als deze foutmelding niet verholpen kan worden door de melder schoon
te maken, dient de melder per omgaande te worden vervangen!
(zie 'Onderhoud')
Alarm
Wanneer de melder rook detecteert zal deze een krachtig alarmsignaal (afwisselend
harder en zachter) genereren en zal de rode led tegelijkertijd snel knipperen.
Handel in dat geval zoals beschreven onder 'Wat te doen bij een alarm'.
Alarmuitschakelfunctie
Wanneer de melder in de alarmtoestand is,
kan de akoestische alarmering gedurende
11 minuten worden uitgeschakeld door de
test-/stopknop in te drukken.
Als de alarmuitschakelfunctie is geactiveerd zal de
rode LED ongeveer om de 2x per seconde knipperen.
Wanneer na de ongeveer 11 minuten dat het
alarm is uitgeschakeld nog steeds rook in de
rookmeetkamer wordt gedetecteerd, gaat het
akoestische signaal opnieuw af.
Activeer de alarmuitschakeling alleen als u met 100%
zekerheid een oorzaak van een brand kunt uitsluiten!
– 92 –
Alarmgeheugen
Deze functie kan worden gebruikt om een rookmelder te identificeren die eerder
een alarm heeft geactiveerd en weer normaal is geworden.
In dit geval knippert de groene LED driemaal per 40 seconden. Na activering wordt
het alarm 24 uur lang weergegeven. Het alarm wordt dan gestopt om de batterij te
sparen. Als de batterij al bijna leeg is, is deze indicator niet geactiveerd.
De alarmgeheugenfunctie kan voortijdig worden gestopt door op de testknop te
drukken.
Onderhoud
Wat te doen bij vals alarm?
Mogelijk oorzaken voor vals alarm zijn: Las- en afbrandwerkzaamheden, soldeer-
en vergelijkbare werkzaamheden, zaag- en slijpwerkzaamheden, stof bij bouw-
of schoonmaakwerkzaamheden, extreme elektromagnetische effecten, temperatuur-
wisselingen die leiden tot condenseren van het vocht in de lucht in de melder,
minuscule insecten of stuifmeel.
• Bij werkzaamheden in de buurt van de melder die vals alarm kunnen
veroorzaken dient de rookmelder tijdelijk te worden afgedekt of verwij-
derd. Controleer na afronding van de werkzaamheden altijd of de
melder nog functioneert!
Reinigen
Conform de Duitse DIN 14676-norm dient elke geïnstalleerde rookmelder regelmatig
te worden gecontroleerd en onderhouden. Dit betekent dat er ten minste eenmaal
per 9 tot 15 maanden een inspectie dient plaats te vinden inclusief onderhoud en
controle van de alarmsignalen. Noteer de resultaten en getroffen maatregelen.
• Stoffige melders moeten schoongemaakt worden. Opgehoopt stof in de
luchtspleten van de melder kan weggezogen of -geblazen worden.
• Zo nodig kan het stof ook met een penseeltje worden verwijderd.
– 93 –
Onderhoud
NL