Montage
Toepassing:
a) Verwijder de informatiesticker en de beschermfolie van het gebruikte
lijmmateriaal, zoals getoond in afbeelding 3, van de magneetplaat.
b) Druk de magneetplaat ca. 10 seconden stevig op de montagepositie.
c) Verwijder de eerste beschermfolie van de dubbelzijdige lijmfolie en
druk deze stevig, glad en grondig op het gehele metalen oppervlak
van de rookmelder.
d) Verwijder nu de tweede beschermfolie van de dubbelzijdige lijmfolie en
plaats het apparaat met een lichte druk op de vooraf gemonteerde
magneetplaat.
e) De definitieve sterkte van de lijmverbinding wordt na ca. 72 uur bereikt.
2. Boren
Toepassing:
a) Boor met een 8 mm boor een gat op de gewenste plek (let daarbij
op elektrische leidingen etc.!).
b) Steek de 8 mm plug in het boorgat.
c) Vervolgens dient u de meegeleverde 5 mm schroef met verzonken
kop door de onderkant van de magneetbasis te steken (afb. 4).
d) Draai de schroef in de plug, zodat de schroef vlak in de magneet-
plaat zit en volledig in de daarvoor bestemde inkeping van de
magneetplaat is gedraaid.
e) Draai de schroef slechts zo vast aan dat de magneet niet vervormt
of gaat bollen.
f) Vervolgens kunt u het apparaat op de magneetplaat plaatsen.
g) Indien nodig kan de rookmelder van de
magneet worden verwijderd door hem
zacht naar beneden te trekken.
Afb. 4
– 70 –
Bescherm het apparaat, in het bijzonder tijdens verbouwingen, maar
zeker ook in het algemeen tegen vocht, kou, hitte, fijnstof, nicotine-,
vet- en verfdampen. Denk bijvoorbeeld aan muurverf, lijm en iedere
andere vorm van verontreiniging.
Tijdens verbouwingen of bouw- en slijpwerkzaamheden kunt u de
rookmelder het beste tijdelijk verwijderen door hem met een korte
verticale ruk van de magneetplaat (III) los te maken en op een veilige
plaats te bewaren.
Denk er wel aan om na afloop van de werkzaamheden de rookmelder
weer via de magneetverbinding (III) terug te plaatsen !
LET OP:
Uitsluitend wanneer de rookmelder zich op de geplande plek bevindt,
schoon en onbeschadigd is en aan-
staat, kan hij zijn eventueel levens-
reddende functie vervullen.
Controle, Onderhoud en verzorging
Deze rookmelder controleert zelfstandig een keer per minuut zijn staat van
dienst. Het apparaat past bovendien de gevoeligheid van het detectie-
mechanisme automatisch aan de omgeving aan. Wanneer de batterij bijna
leeg is of wanneer de sensoren zodanig vervuild zijn dat verdere aanpassing
aan de omstandigheden niet meer mogelijk is, zal de rookmelder dit in een
vroeg stadium te kennen geven, zodat u voldoende tijd hebt het apparaat te
vervangen.
Let erop dat de luchtinlaten aan de buitenrand van de rookmelder niet door
stof, vuil, verf of plakband etc. zijn afgesloten! Om er zeker van te zijn dat de
rookmelder juist functioneert, dient u de werking van het apparaat regelma-
tig, minimaal een keer per maand, te controleren door de test-/stopknop (afb.
1, IV.) in te drukken, waarna het testalarm zal afgaan (afb. 5).
Controle, Onderhoud en Verzorging
– 71 –
NL