e) De definitieve sterkte van de lijm-
verbinding wordt na ca. 72 uur
bereikt.
2. Boren
Toepassing:
a) Boor met een 8 mm boor een gat
op de gewenste plek (let daarbij
op elektrische leidingen etc.!).
b) Steek de 8 mm plug in het boorgat.
c) Vervolgens dient u de meegele-
verde 5 mm schroef met verzon-
ken kop door de onderkant van
de magneetbasis te steken (afb. 4).
d) Draai de schroef in de plug, zodat
de schroef vlak in de magneet-
plaat zit en volledig in de daar-
voor bestemde inkeping van de
magneetplaat is gedraaid.
e) Draai de schroef slechts zo vast
aan dat de magneet niet vervormt
of gaat bollen.
f) Vervolgens kunt u het apparaat op
de magneetplaat plaatsen.
g) Indien nodig kan de rookmelder
van de magneet worden verwijderd
door hem zacht naar beneden te
trekken.
Afb. 4
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Rookmelders kunnen helpen om een
brand vroegtijdig te signaleren. Ze
kunnen vuur echter niet blussen of
voorkomen, net zo min als ze de
brandweer kunnen waarschuwen.
Rookmelders produceren een luid
alarmsignaal wanneer er een gevaar-
lijke situatie bestaat door de aanwe-
zigheid van brandbare gassen.
Ondanks het zorgvuldige productie-
proces is het mogelijk dat de rook-
melder als gevolg van een storing de
ontstane brand niet of niet tijdig kan
melden!
U dient daarom de gebruikelijke voor-
zorgsmaatregelen in acht nemen bij
het gebruik van brandbaar materiaal
en technische apparaten. Dit apparaat
is een gesloten systeem. Elke inbreuk
– 64 –
op het apparaat, van welke aard dan
ook, heeft naast het verlies van elke
van toepassing zijnde garantie ook
tot gevolg dat de rookmelder niet
meer volgens de voorschriften
gebruikt kan en mag worden !
Gelieve het apparaat niet bloot aan
direct zonlicht en overmatige hitte,
anders wordt de ingebouwde batterij
kan worden beschadigd.
Probeer het apparaat in geen geval te
openen, u kunt hierdoor gewond
raken ! Het is niet nodig en zelfs
technisch onmogelijk om de batterij
te vervangen. Bescherm het apparaat,
in het bijzonder tijdens verbouwin-
gen, maar zeker ook in het algemeen
tegen vocht, kou, hitte, fijnstof,
nicotine-, vet- en verfdampen. Denk
bijvoorbeeld aan muurverf, lijm en
iedere andere vorm van verontreini-
ging. Tijdens verbouwingen of bouw-
en slijpwerkzaamheden kunt u de
rookmelder het beste tijdelijk verwij-
deren door hem met een korte verti-
cale ruk van de magneetplaat (III) los
te maken en op een veilige plaats te
bewaren. Denk er wel aan om na
afloop van de werkzaamheden de
rookmelder weer via de magneetver-
binding (III) terug te plaatsen !
LET OP:
Uitsluitend wanneer de rookmelder
zich op de geplande plek bevindt,
schoon en onbeschadigd is en aan-
staat, kan hij zijn eventueel levens-
reddende functie vervullen.
Testsignaal
activeren
CONTROLE, ONDERHOUD EN VERZORGING
Deze rookmelder controleert zelfstan-
dig een keer per minuut zijn staat
van dienst. Het apparaat past boven-
dien de gevoeligheid van het detectie-
mechanisme automatisch aan de
omgeving aan. Wanneer de batterij
bijna leeg is of wanneer de sensoren
– 65 –
NL
Afb. 5