Afb. 86: Hoek ten opzichte van vlakken met een kleine hel-
lingshoek
Vastleggen van de plaatsingshoek - speciaal geval
Plaatsingshoek β [º]
10
15
20
Bij een plaatsingshoek van minder dan 20º moet de steunrail
1)
S met de aangegeven maat worden ingekort. Na het inkorten
een gat van 8 mm in de steunrail boren (dezelfde plaats als het
oorspronkelijke boorgat).
1.2.5 Montage aan de muur
Montagevarianten
Solvis-collectoren
Hangend aan de muur
tot een hoogte van 3 m
α = 90º
max.
α = 90°
3 m
Bij montage aan de muur tot een hellingshoek van 74º
worden de collectorsteunen voor platte daken op voorbe-
reide profielen geschroefd en rechtstreeks met behulp
van pluggen bevestigd, indien de muur voldoende draag-
vermogen heeft. Daarvoor worden in het midden van de
bodemrail gaten geboord.
Bij geïsoleerde buitengevels moet op voldoende druk-
vastheid van de ondergrond worden gelet. Geschikte
bevestigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij leveranciers
van warmte-isolatiesystemen.
De bevestigingsmiddelen (pluggen enz.) moeten aan de
statische eisen en voorwaarden voldoen en geschikt zijn
voor het type muur waarin zij geplaatst worden.
SOLVIS FDS SolvisFera · Technische Änderungen vorbehalten 09.16 · E 63-M
1 Montage van collectorsteunen voor platte daken Fera NL
α > 20°
α = β + γ
α
β
γ
Plaatsingshoek instellen
In te korten maat
C [mm]
voor S [mm]
168
690
271
690
464
690
alle hoogtes
75 > α > 45º
α
α
Minimale belastbaarheid van de pluggen
• 2 kN bij gebouwen met een hoogte tot 8 m
• 3 kN bij gebouwen met een hoogte van 8 tot 20 m
De reeds bestaande onderconstructie valt onder
de verantwoordelijkheid van de constructeur en
de uitvoerende bouwonderneming.
200
20 - 180
100
1)
100
4
Afb. 87: Montage van de steunen tegen de muur
α
Hellingshoek
1
Bodemrail
2
Steunrail
3
Steunrail
4
Qua constructie en statica door de opdrachtgever te ver-
zorgen verbinding
De collector waar mogelijk in een hoek ten opzichte van
de muur monteren. Daarbij de in de montagehandleiding
vermelde steunen gebruiken.
Bij hoeken van meer dan 60º (bijv. montage loodrecht
tegen de muur) moeten de collectoren ter plaatse van
een afdekplaat worden voorzien. Bij zware regen kan
anders water door de ventilatieopeningen binnendrin-
gen. Bovendien moet het plaatmateriaal tegen weersinv-
loeden zijn beschermd.
Wanneer de afdekking door het dak voldoende is, mag
de afdekplaat vervallen.
Afb. 88: Collector met afdekplaat
1
Afdekplaat (ter plaatse)
2
Collector
3
Collectorsteunen voor platte daken
1
2
3
< 75°
< 45°
1
2
3
75°- 60°
53