De juste luchtdruk is 2,0-2,5 bar.
De aanbevolen verfviscositeit wisselt, afhankelijk van de
•
eigenschappen van de verf en omgevingsomstandigheden bij
het spuiten (18 ± 2 s wordt aanbevolen).
Gebruik de laagst mogelijke uitgaande stroom. Dat geeft bij
•
atomisatie een beter oppervlakteresultaat.
•
De afstand tussen de verfspuit en het werkstuk moet zo klein
mogelijk zijn (150-200 mm).
•
Houd het spuitpistool loodrecht op het oppervlak van het
werkstuk.
•
Beweeg het spuitpistool horizontaal en in rechte lijnen.
•
Als u het spuitpistool ronde bewegingen laat maken, krijgt u een
ongelijkmatige verflaag.
WAARSCHUWING!
•
Schakel de lucht- en verfstroom naar het spuitpistool uit en ontlast de druk door voorafgaand aan
demontage, reiniging en/of onderhoud de trekker in te drukken.
•
Het verfpistool bevat scherpe delen – Risico van snijwonden.
•
Het product mag alleen worden gedemonteerd door mensen met de juiste opleiding.
1.
Giet resterende verf in een ander reservoir en reinig verfkanalen en luchtmondstuk. Spuit een kleine
hoeveelheid oplosmiddel om de verfkanalen te reinigen. Slecht reinigen kan tot onjuiste patronen
en/of deeltjes in de verf leiden. Maak de verfspuit zo snel mogelijk grondig schoon als u
tweecomponentenverf hebt gebruikt.
2.
Reinig de overige onderdelen met oplosmiddel en de meegeleverde borstel en met een doek.
3.
Reinig de verfkanalen volledig voordat u de verfspuit demonteert.
4.
Verwijder de verfnaald voordat u het verfmondstuk demonteert of houd de naald ingetrokken omdat
anders de zitting kan beschadigen.
5.
Plaats de verfnaald en schroef de pakking van de verfnaald handmatig vast. Haal deze vervolgens
voorzichtig aan met een steeksleutel. Stel de pakking terwijl u de trekker indrukt en controleert hoe
de verfnaald beweegt. Niet te stevig aanhalen, dan beweegt de verfnaald langzamer, wat tot lekkage
van de punt van het mondstuk leidt.
6.
Draai in dat geval linksom totdat de naald zich vrij kan bewegen zonder verf te lekken.
7.
Draai de patroonknop linksom naar de volledig open stand en schroef de patroongeleider in het
frame.
BELANGRIJK! Gebruik alleen reserveonderdelen en accessoires die door de fabrikant worden
aanbevolen.
•
Dompel de verfspuit nooit onder in oplosmiddel of andere vloeistoffen.
Pas op dat u de gaatjes in luchtmondstuk, verfmondstuk of verfnaald niet beschadigt.
•
NEDERLANDS
3. Naaldmondstuk
4. Trekker
5. Verfreservoir
AANWENDING
ONDERHOUD
8. Stelknop voor spuitbeeld
9. Persluchtkoppeling
33