Aansluitingen en reparaties aan de elektrische appa-
ratuur mogen uitsluitend door een elektromonteur wor-
den uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
• Stroomtype van de motor
• Gegevens van het typeplaatje van de machine
• Gegevens van het typeplaatje van de motor
12. Reiniging, onderhoud en opslag
m LET OP!
Trek bij reinigings- en montagewerkzaamheden altijd
de voedingsstekker uit het stopcontact! Gevaar voor
verwonding door stroomstoten!
m LET OP!
Wacht tot het product volledig is afgekoeld! Gevaar
voor brandwonden!
m LET OP!
Voorafgaand aan alle reinigings- en onderhoudswerk-
zaamheden moet het product drukloos worden ge-
maakt! Gevaar voor letsel!
12.1 Reiniging
• Houd het product zoveel mogelijk vrij van stof en
vuil. Wrijf het product met een schone doek af en
blaas deze met perslucht bij lage druk uit.
• Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik
te reinigen.
• Maak het product regelmatig schoon met een voch-
tige doek en een beetje zachte zeep.
Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen;
deze kunnen de kunststofonderdelen van het pro-
duct aantasten. Let op dat er geen water in het pro-
duct binnendringt.
• Slang en spuitgereedschap moeten voor reiniging
van de compressor worden losgekoppeld. De com-
pressor mag niet met water, oplosmiddelen of soort-
gelijk worden gereinigd.
12.2 Onderhoud van het drukvat/condenswater
(afb. 8)
m LET OP!
Om het drukvat (4) in goede staat te houden, moet
u na elk gebruik het condenswater aftappen door
de aftapplug (11) te openen.
Maak hiertoe eerst de ketel drukloos (zie 12.4.1).
De aftapplug wordt geopend door hem linksom te
draaien (vanaf de onderzijde van de compressor op de
bout gezien), zodat het condenswater volledig uit het
drukvat kan wegstromen.
Draai vervolgens de aftapplug weer vast (rechtsom).
Controleer vóór elk gebruik het drukvat op roestvor-
ming en beschadigingen.
De compressor mag niet gebruikt worden als het drukvat
beschadigd of roestig is. Neem contact op met de klan-
tenservicewerkplaats als u beschadigingen constateert.
Aanwijzingen voor het afvoeren van condenswater:
Voer het condenswater af overeenkomstig de lokale en
nationale milieuvoorschriften. Let op dat het niet in het
afvalwatersysteem terechtkomt.
12.3 Veiligheidsklep (afb. 2)
De veiligheidsklep (12) is ingesteld op de maximaal
toegestane druk van het drukvat. Het is niet toege-
staan om de veiligheidsklep te verstellen of de verbin-
dingsbeveiliging (12.2) tussen de aftapmoer (12.1) en
de bijbehorende kap (12.3) te verwijderen.
De veiligheidsklep moet elke 30 bedrijfsuren, ten min-
ste 3 keer per jaar worden bediend, zodat deze correct
functioneert als dit nodig mocht zijn. Draai de geperfo-
reerde aftapmoer (12.1) tegen de wijzers van de klok in
om te openen en trek dan de klepstang met de hand
naar buiten over de geperforeerde aftapmoer (12.1) om
de uitloop van het veiligheidsklep te openen. De klep
laat nu hoorbaar lucht uit. Aansluitend draait u de af-
tapmoer weer rechtsom vast.
12.4 Opslag
m LET OP!
Haal de voedingsstekker uit het stopcontact, ont-
luchten het product en alle aangesloten perslucht-
gereedschap. Stel de compressor dusdanig af dat
deze niet door onbevoegden in gebruik kan wor-
den genomen.
m LET OP!
De compressor alleen bewaren in een droge om-
geving die niet toegankelijk is voor onbevoegden.
Niet kantelen, uitsluitend rechtop bewaren!
12.4.1 Aftappen van de overdruk
Laat de overdruk in de compressor ontsnappen door
de compressor uit te schakelen en de nog aanwezige
perslucht in het drukvat te gebruiken, bijv. een univer-
seel persluchtgereedschap op stationair toerental of
met een luchtpistool.
www.scheppach.com
NL | 63