Veiligheidsinstructies
■
Verwijder vóór de werkzaamheden gevaarlij-
ke voorwerpen uit het werkgebied, bijv. tak-
ken, glazen en metalen voorwerpen, stenen.
■
Let daarbij op uw stabiliteit.
3.2.4
Veiligheid van personen en dieren
■
Gebruik de machine alleen voor werkzaam-
heden waarvoor het is bedoeld. Niet-regle-
mentair gebruik kan letsel en materiële scha-
de veroorzaken.
■
Schakel het apparaat alleen in als er geen
personen of dieren in het werkgebied aanwe-
zig zijn.
■
Houd handen en voeten of andere lichaams-
delen uit de buurt van draaiende onderdelen
(bijv. zaagketting, snijwerk).
■
Onderdelen van het apparaat, zoals snijge-
reedschap, kunnen tijdens het gebruik sterk
opwarmen. Raak ze niet aan. Wacht na het
uitschakelen tot ze afgekoeld zijn.
3.2.5
Veiligheid van het apparaat
■
Gebruik het apparaat alleen onder de volgen-
de voorwaarden:
■
Het apparaat is niet vervuild.
■
Het apparaat vertoont geen beschadigin-
gen.
■
Alle bedieningselementen werken.
■
Houd alle apparaatgrepen droog en schoon.
■
Overbelast het apparaat niet. Het is voor lich-
te particuliere werkzaamheden bedoeld.
Overbelasting leidt tot beschadiging van het
apparaat.
■
Gebruik het apparaat nooit met versleten of
defecte onderdelen. Vervang defecte onder-
delen altijd door originele reserve-onderdelen
van de fabrikant. Wanneer het apparaat met
versleten of defecte onderdelen wordt ge-
bruikt, kan tegenover de fabrikant geen aan-
spraak op garantie worden gemaakt.
3.2.6
Elektrische veiligheid
■
Ter voorkoming van kortsluitingen en vernie-
ling van de elektrische onderdelen:
■
Bescherm het apparaat tegen vocht en
gebruik het niet bij regen.
■
Spuit het apparaat niet met water af.
■
Open het apparaat niet.
OPMERKING Neem de veiligheidsinstruc-
ties voor de accu en de oplader in de afzonderlij-
ke handleidingen in acht.
442337_e
3.2.7
Belasting door trillingen
■
Gevaar door trillingen
De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens
het gebruik van het apparaat kan afwijken
van de door de fabrikant opgegeven waarde.
Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-
de factoren die van invloed zijn:
■
Wordt het apparaat gebruikt voor het be-
oogde gebruik?
■
Wordt het materiaal op de juiste wijze ge-
sneden of verwerkt?
■
Bevindt het apparaat zich in een goede
staat van gebruik?
■
Is het snijblad goed scherp en is het juis-
te snijblad ingebouwd?
■
Zijn de handgrepen en, indien nodig, op-
tionele trillingsdempende handgrepen ge-
monteerd en zijn deze vast verbonden
met het apparaat?
■
Gebruik het apparaat alleen met het motor-
toerental dat nodig is voor de uit te voeren
werkzaamheden. Gebruik het maximale toe-
rental zo min mogelijk om geluid en trillingen
te beperken.
■
Als gevolg van verkeerd gebruik en onder-
houd kunnen de trillingen en het lawaai van
het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade
aan de gezondheid. Schakel in dit geval het
apparaat onmiddellijk uit en laat het repare-
ren door een geautoriseerde servicewerk-
plaats.
■
De mate van belasting als gevolg van trillin-
gen is afhankelijk van de uit te voeren werk-
zaamheden of van de toepassing van het ap-
paraat. Schat hem in en las voldoende pau-
zes in. Daardoor wordt de belasting door tril-
lingen gedurende de volledige werktijd in be-
langrijke mate verminderd.
■
Door een langer gebruik van het apparaat
wordt de bediener blootgesteld aan trillingen,
waardoor problemen kunnen ontstaan met de
bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico
te verminderen, handschoenen dragen en de
handen warmhouden. Wanneer een symp-
toom van 'dode vingers' wordt waargenomen,
onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de-
ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver-
lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn,
vermindering van de kracht, verandering van
kleur of van de conditie van de huid. Meestal
worden deze symptomen waargenomen aan
vingers, handen of polsen. Bij lage tempera-
turen neemt het gevaar toe.
41