Voed de ontvanger pas nadat u hem heeft gesloten.
Controleer aan de hand van reële tests of de werking van uw bedieningsontvanger goed ove-
reenstemt met de geselecteerde keuze in het hoofdstuk "Configuratie".
HOE REAGEREN INDIEN?
De bedieningsontvanger niet werkt zoals het hoort:
Schakel de stroomtoevoer uit, open het deksel en zet het te bedienen apparaat af.
Controleer of het bediende apparaat (verlichting, flitslicht, ...) normaal en onafhankelijk van de
1
bedieningsontvanger functioneert.
Controleer uw persoonlijke radiocode zorgvuldig.
2
Controleer of de microschakelaars in de juiste positie staan en "grondig" afgesteld zijn in functie
3
van uw keuze in de paragraaf "Configuratie".
Indien uw ontvanger een apparaat dat storingen zou kunnen genereren (flitslicht, TL-verlich-
4
ting...), bedient, controleer dan of de afstand tussen de bedieningsontvanger en het apparaat meer
dan 1,5 m bedraagt.
Controleer of de ontvanger zich op meer dan 5 m afstand van uw centrale, de
5
telefoonkiezer, de alarmsirene of een andere bedieningsontvanger bevindt.
In geval van grotere problemen kunt u onze technische bijstand telefonisch raadplegen.
6
REËLE TESTS
48
NL