Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Contra-Indicaties; Waarschuwingen - Flaem Rf9 Bedienungsanleitung

Inhaltsverzeichnis
Accessoires voor aerosoltherapie
Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor het hulpmiddel model RF9-1, bestaande uit de
vernevelaar (B2) en de bijbehorende accessoires (B1, B3 - B10).
De RF9 vernevelaar kan worden gekoppeld aan een: Flaem compressoreenheid, niet-Flaem
compressoreenheid, gecentraliseerde persluchtsystemen; in de laatste twee gevallen moet de
werkdruk binnen het bereik liggen van de waarden in de tabel in de paragraaf TECHNISCHE
KENMERKEN VERNEVELAAR verderop in de handleiding.
BEOOGD GEBRUIK
Medisch hulpmiddel voor de toediening van medicijnen via inhalatie, de inhalatietherapie en de
medicijnen moeten door een arts worden voorgeschreven.
INDICATIES VOOR GEBRUIK
Behandeling van ademhalingsziekten. De medicijnen moeten worden voorgeschreven door een arts
die de algemene toestand van de patiënt heeft beoordeeld.

CONTRA-INDICATIES

• Het medisch hulpmiddel mag NIET worden gebruikt voor patiënten die niet zelf kunnen ademen of
die bewusteloos zijn.
• Gebruik het hulpmiddel niet in anesthesie- of beademingscircuits.
BEOOGDE GEBRUIKERS
Het hulpmiddel is bestemd voor gebruik door wettelijk bevoegd medisch personeel/
gezondheidswerkers (artsen, verpleegkundigen, therapeuten, enz.). Het hulpmiddel kan
rechtstreeks door de patiënt worden gebruikt.
DOELGROEP PATIËNTEN
Volwassenen, kinderen van alle leeftijden, baby's. Voordat het hulpmiddel wordt gebruikt, moet de
gebruiksaanwijzing zorgvuldig worden gelezen en moet een voor de veiligheid verantwoordelijke
volwassene aanwezig zijn als het hulpmiddel wordt gebruikt door baby's, kinderen van elke leeftijd
of personen met beperkte capaciteiten (bijv. lichamelijk, geestelijk of zintuiglijk). Het is aan het
medisch personeel om de toestand en de capaciteiten van de patiënt te beoordelen om bij het
voorschrijven van de therapie te bepalen of de patiënt in staat is de aerosol veilig zelfstandig te
gebruiken of dat de therapie door een verantwoordelijke persoon moet worden uitgevoerd.
Raadpleeg medisch personeel om het gebruik van het hulpmiddel te evalueren bij bepaalde
soorten patiënten, zoals zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, zuigelingen,
arbeidsongeschikten of personen met beperkte fysieke mogelijkheden.
GEBRUIKSOMGEVING
Dit hulpmiddel kan worden gebruikt in zorginstellingen, zoals ziekenhuizen, poliklinieken, enz. of
zelfs thuis.
WAARSCHUWINGEN VOOR MOGELIJKE STORINGEN
• Mocht uw hulpmiddel niet functioneren, neem dan contact op met het erkende servicecentrum
voor opheldering.
• Neem contact op met de fabrikant om problemen en/of onverwachte gebeurtenissen in verband
met de werking te melden en indien nodig voor verduidelijking van het gebruik en/of onderhoud/
hygiënische bereiding.
• Zie ook de geschiedenis van storingen en de oplossing daarvan.

WAARSCHUWINGEN

• Gebruik het hulpmiddel alleen als therapeutische inhalator. Dit medisch hulpmiddel is niet bedoeld
als levensreddend hulpmiddel. Elk ander gebruik wordt beschouwd als oneigenlijk en kan gevaar-
lijk zijn. De fabrikant is niet aansprakelijk voor verkeerd gebruik.
• Raadpleeg altijd uw huisarts voor identificatie van de behandeling.
• Volg de instructies van uw arts of ademhalingsrevalidatietherapeut met betrekking tot het soort
geneesmiddel, de dosering en de indicaties voor de behandeling.
37
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis