®
TV 450/455
Isolatieweerstand
Metingen van de isolatieweerstand mogen alleen worden uitgevoerd op spanningsloze
❑
objecten!
Raak het testobject niet aan tijdens de meting of voordat het volledig ontladen is!
❑
Gevaar voor elektrische schokken!
Wanneer een isolatieweerstandsmeting is uitgevoerd op een capacitief object, mag de
❑
automatische ontlading niet onmiddellijk plaatsvinden! Het waarschuwingsbericht
de actuele spanning worden weergegeven tijdens het ontladen totdat de spanning onder
10 V zakt.
Sluit testaansluitingen niet aan op een externe spanning hoger dan 600 V (AC of DC)
❑
om het testinstrument niet te beschadigen!
Continuïteitsfuncties
Continuïteitsmetingen mogen alleen worden uitgevoerd op spanningsloze objecten!
❑
Parallelle impedanties of transiënte stromen kunnen de testresultaten beïnvloeden.
❑
PE-aansluiting testen
Als er fasespanning wordt gedetecteerd op de geteste PE-aansluiting, moet u alle
❑
metingen onmiddellijk stoppen en ervoor zorgen dat de oorzaak van de fout is verholpen
voordat u verdergaat met uw activiteiten!
Opmerkingen over meetfuncties:
Algemeen
De
indicator betekent dat de geselecteerde meting niet kan worden uitgevoerd
❑
vanwege onregelmatige omstandigheden op de ingangsklemmen.
Isolatieweerstands-, continuïteits- en aardingsweerstandsmetingen kunnen alleen
❑
worden uitgevoerd op spanningsloze objecten.
De PASS / FAIL-indicatie is ingeschakeld wanneer de limiet is ingesteld. Pas de juiste
❑
grenswaarde toe voor evaluatie van meetresultaten.
Als slechts twee van de drie draden zijn aangesloten op de te testen elektrische
❑
installatie, is alleen de spanningsindicatie tussen deze twee draden geldig.
Isolatieweerstand
Als er een spanning van meer dan 10 V (AC of DC) wordt gedetecteerd tussen de
❑
testklemmen, wordt de isolatieweerstand niet gemeten. Als er een spanning van meer
dan 10 V (AC of DC) wordt gedetecteerd tussen de testklemmen, wordt de
isolatieweerstand niet gemeten.
Het instrument ontlaadt automatisch het geteste object nadat de meting is voltooid.
❑
Een dubbele klik op de TEST-toets start een continue meting.
❑
Continuïteitsfuncties
Als er een spanning van meer dan 10 V (AC of DC) wordt gedetecteerd tussen de
❑
testklemmen, wordt de continuïteitsweerstandstest niet uitgevoerd.
Voordat u een continuïteitsmeting uitvoert, compenseert u waar nodig de weerstand van
❑
het meetsnoer.
Waarschuwingen en opmerkingen
7
en