NL
BE
Bediening
Neem de accu uit het ap-
paraat om onbedoelde in-
werkingstelling te verhinde-
ren. Er bestaat gevaar voor
verwondingen!
Zorg ervoor dat de omgeving-
stemperatuur tijdens het wer-
ken niet hoger ligt dan 50 °C
en niet lager ligt dan -20 °C.
Laadtoestand van de
accu nakij ken
Het Laadstandindicator (15) signaleert de
laadtoestand van de accu (13).
De laadtoestand van de accu wordt aan-
gegeven doordat de corresponderende
LED-lamp aanfl itst, wanneer het apparaat
in bedrij f is. Houd hiervoor de knop (14)
ingedrukt.
rood-geel-groen => Accu volledig
rood-geel => Accu voor ongeveer
de helft opgeladen
rood => Accu moet worden opgeladen
Accu opladen
Laat een verwarmde accu voor het
laden afkoelen.
Laad de accu (13) op, wanneer
alleen nog de rode led van de laadt-
oestandsindicatie (15) brandt.
1. Verwijder eventueel de accu (13) uit
het apparaat.
2. Schuif de accu (13) in de laadschacht
van het laadtoestel (12).
56
opgeladen
3. Sluit het laadtoestel (12) op een stop-
contact aan.
4. Nadat het laadprocédé beëindigd
werd, verbreekt u het laadtoestel (12)
van het stroomnet.
5. Trek de accu uit het laadtoestel (12).
Overzicht van de LED-controle-
indicaties op de lader (12):
Groene LED brandt zonder geplaatste accu:
lader gereed voor gebruik.
Groene LED brandt: accu is geladen.
Rode LED brandt: accu wordt opgeladen.
Rode LED knippert: Accu oververhit
Rode + groene LED knipperen: Accu defect
Accupack inzetten/
verwij deren
Accupack inzetten:
1. Zet de draairichtingschakelaar (6) in
de middelste stand (vergrendeld).
2. Schuif de apparaatvoet op het accup-
ack (13) tot het vastklikt.
Accupack verwijderen:
1. Druk op de ontgrendelingsknop (16)
en trek het accupack (13) naar voren
af het apparaat.
Schakelen
Schuif de keuzeschakelaar (4) naar 1 of 2,
die overeenkomt met een ingesteld laag of
hoog toerental.
1e versnelling .....................0-440 min
2e versnelling ...................0-1650 min
De overschakeling mag slechts
plaatsvinden als het apparaat stil
staat!
-1
-1