2.6
KAART RS-485 (Afb. 9)
De ketel is uitgerust met een RS-485 kaart
voor beheer van cascades tot 8 ketels.
De kaart bevindt zich aan de achterzijde
van het bedieningspaneel.
2.6.1
Modus MODBUS
Deze modus maakt de comunicatie in
MODBUS van minstens twee ketels in
cascade mogelijk en wordt uitgevoerd
door een INTERFACE KIT MODBUS te
vragen, geleverd met de Art. Nr. 8092278.
2.7
ELEKTRISCHE AANSLUITING
De ketel wordt geleverd met een elek-
trische voedingskabel die, als deze aan
vervanging toe is, bij SIME besteld moet
worden. Voor de voeding is éénfasige span-
ning van 230V-50Hz nodig via een hoofd-
schakelaar die beschermd moet worden
door zekeringen en die een contactafstand
van minimaal 3 mm moet hebben. De polen
L-N en de aardingsaansluiting moeten aan-
gehouden worden.
OPMERKING: De ketel moet in elk geval
aangesloten worden op een stopcontact
met aarding; gebeurt dit niet, dan wijst
SIME elke aansprakelijkheid voor schade
of lichamelijk letsel van de hand.
2.7.1
Aansluiting
chronothermostaat
Verwijder de bestaande brug en sluit daar-
na de chronothermostaat aan zoals aan-
gegeven in het elektrische schema van de
ketel (zie Afb. 11). De chronothermostaat
die men moet gebruiken moet klasse II
zijn, in overeenstemming met de norm EN
60730.1 (potentiaalvrij elektrisch contact).
2.7.2
Aansluiting afstandsbediening
SIME HOME
(accessoire op aanvraag)
De ketel is voorzien voor aansluiting op
een afstandsbediening SIME HOME die op
aanvraag wordt geleverd (Art. nr. 8092281).
Met de afstandsbediening SIME HOME kan
men de gebruikersbedieningen van de ketel
op afstand gaan beheren, met uitzonde-
ring van de deblokkering. Wanneer het
display van de ketel op de afstandsbedie-
ning is aangesloten, verschijnt het volgende
bericht:
Volg de instructies in de verpakking voor de
montage en het gebruik van de afstandbe-
diening.
OPMERKING: Het is niet nodig om PAR
10 te configureren omdat de kaart van
de ketel standaard al is ingesteld voor
werking met de voorziening SIME HOME
(PAR 10 = 1).
52
OPGELET: De curves werden opgesteld voor een omgevin-
gstemperatuur van 20°C. De gebruiker kan via de bedie-
ningsknoppen op de ketel de instelling van de omgeving
variëren met ±5°C overeenstemmend met de curve.
TABEL 4
Temperatuur (°C)
Weerstand (
20
12.090
30
8.313
40
5.828
50
4.161
60
3.021
70
2.229
80
1.669
2.7.3
Aansluiting EXTERNE SONDE
(accessoire op aanvraag)
De ketel is voorzien voor aansluiting op een
sonde voor de buitentemperatuur, die op
aanvraag wordt geleverd (Art. nr. 8094101),
waarmee autonoom de temperatuurwaarde
van de aanvoer van de ketel kan worden
geregeld in functie van de buitentempera-
tuur. Volg de instructies in de verpakking
voor de montage. Men kan correcties uit-
voeren op de waarden die door de sonde
worden gemeten met behulp van PAR 11.
3.4
AANGESLOTEN
EXTERNE SONDE (Afb. 13)
Wanneer de externe sonde aanwezig is,
zijn de verwarmingsinstellingen (SET) af te
leiden uit de klimaatcurven in functie van de
buitentemperatuur en in ieder geval beperkt
binnen de bereikwaarden beschreven onder
punt 3.3 (parameters PAR 22 voor zone 1,
PAR 25 voor zone 2 en PAR 28 voor zone 3).
De in te stellen klimaatcurve kan gese-
lecteerd worden van waarde 3 tot 40 (met
stappen van 1). Door de helling te verhogen
voorgesteld door de curven van afb. 13,
verhoogt men ook de temperatuur van de
aanvoer van de installatie in overeenstem-
ming met de buitentemperatuur.
∆
)
3.5
FUNCTIES VAN DE KAART
De elektronische kaart is voorzien van de
volgende functies:
– Antivriesbescherming van het circuit
verwarming en sanitair (ICE).
– Systeem voor ontsteking en detectie van de vlam.
– Instelling via het bedieningspaneel van
het vermogen en van het gas voor de
werking van de ketel.
– Antiblokkering van de pomp die enkele
seconden wordt gevoed na 24u inactiviteit.
– Anti-legionella bescherming voor ketel
met accumulatieboiler.
– Schoorsteenveger die via het bedie-
ningspaneel kan worden geactiveerd.
– Variabele temperatuur met aangesloten
externe sonde. Dit is instelbaar via het
bedieningspaneel en is zowel op de verwar-
mingsinstallatie circuit 1 als op de verwar-
mingsinstallatie circuit 2 en 3 actief en
gedifferentieerd.
– Beheer van drie onafhankelijke verwar-
mingscircuitinstallaties.
– Automatische regeling van het vermogen
voor inschakeling en maximumvermogen
voor verwarming. De regelingen worden
automatisch beheerd door de elektroni-
sche kaart om een maximale gebruiksfle-
xibiliteit op het systeem te verzekeren.
– Interface met de volgende elektronische
toestellen: afstandsbediening SIME HOME
Art. nr. 8092281, warmteregelaar RVS, aan-
sluiting op de beheerkaart voor gemengde
zones ZONA MIX Art. nr. 8092275/76, op de
Afb. 13