4.
Visualizzazione temperatura sonda
ausiliaria o sonda bollitore (SB)
2.5
ROOKAFVOERBUIS
5.
Visualizzazione temperatura
sonda fumi
Samen met de ketel wordt een rubber
pakking met ø 80 bijgeleverd. Deze moet
geïnstalleerd worden op het afvoerkanaal
(11 Afb. 6 - Afb. 7 - Afb. 8).
6. Visualizzazione temperatura
riscaldamento riferita al primo circuito
2.5.1
Type B (Afb. 6)
Indien er geen afzuigsysteem werd aan-
gesloten blijft de ketel een toestel van het
type B. Op installatieplaatsen waar de ketel
7. Visualizzazione temperatura
beschermd moet worden tegen water, moet
riscaldamento riferita al secondo circuito
het afzuigeindstuk dat steekt in de flens
vervangen worden door het eindstuk Art.
nr. 8089510.
De configuratie van de rookafvoer wordt
geïllustreerd op afb. 6.
8.
Visualizzazione corrente
De maximumlengte van de volledige afvo-
di ionizzazione in µA
erbuis met ø 80 wordt bepaald door het
drukverlies op de afzonderlijke accessoi-
res, dat maximaal 16 mm H
O mag bedra-
2
gen.
De afvoerbuis kan aangesloten worden op
reeds aanwezige rookkanalen. Wanneer de
ketel werkt bij een lage temperatuur kan
men de normale rookkanalen gebruiken,
indien de volgende condities zich voordoen:
– Het rookkanaal mag niet gebruikt wor-
den door andere ketels.
12.
Visualizzazione codice errore
ultima anomalia
- De binnenkant van het rookkanaal moet
13.
Visualizzazione codice errore
beschermd zijn tegen rechtstreeks con-
penultima anomalia
tact met het condenswater van de ketel.
Verbrandingsproducten moeten afgevo-
erd worden via een flexibele leiding of
rigide plastic buizen met diameter van
circa 100-150 mm. Condenswater moet
14.
Visualizzazione numero totale
via een sifon afgevoerd worden langs de
delle anomalie
onderkant van de buis. De nuttige hoogte
van de sifon moet minstens 150 mm
bedragen.
15.
Contatore accessi parametri
2.5.2
Type C (Afb. 7 - Afb. 8)
installatore (es. 140 accessi)
De ketel is een toestel van het type C
wanneer het afzuigeindstuk van de flens
wordt verwijderd en het afzuigsysteem
wordt aangesloten op een afvoersysteem
16.
Contatore accessi parametri
met gescheiden leidingen (Afb. 7) of één
OEM (es. 48 accessi)
met coaxiale afvoer (Afb. 8).
2.5.3
Maximumlengte met gescheiden
leidingen met ø 80
De maximumlengte van het volledige
systeem met afzuig- en afvoer- leidingen
met ø 80 wordt bepaald door het drukver-
lies op de afzonderlijke accessoires, dat
maximaal 16 mm H
Wanneer de waarde voor het leidingentra-
ject zich tussen 11 - 16 mm H
moet men de ijking van de minimum- en
maximumdruk van de gasklep controleren
en eventueel bijstellen, zoals vermeld in
puntje 4.2.2.
2.5.4
Bij een coaxiale afvoer met ø 80/125 mag
de maximale horizontale lengte, inclusief
het bochtstuk over 90°, niet groter zijn
dan 5 m.
Voor de eindstukken op het dak mag de
rechtlijnige verticale lengte maximum 8
m bedragen.
QWanneer de waarde voor het leidingen-
traject zich tussen 2-5 m horizontaal / 4-8
m verticaal bevindt, moet men de ijking
van de minimum- en maximumdruk van de
gasklep controleren en eventueel bijstel-
O mag bedragen
len, zoals vermeld in puntje 4.2.2.
2
O bevindt,
2
Maximumlengte met coaxiale
leiding met ø 80/125
x 2
Afb. 9
FR
NL
DE
CN10
45