NL
4. ONDERHOUD
Zorg dat de machine niet onder
spanning staat wanneer
onderhoudswerkzaamheden aan het
mechaniek worden uitgevoerd.
De machines zijn ontworpen om gedurende
lange tijd probleemloos te functioneren met een
minimum aan onderhoud. Door de machine
regelmatig te reinigen en op de juiste wijze te
behandelen, draagt u bij aan een hoge levensduur
van uw machine.
Mankementen
De machine moet regelmatig worden gecon tro-
leerd op de volgende mankementen en reparaties
moeten worden uitgevoerd indien nodig.
•
Kabelschade
•
Kapotte schakelaar
•
Kortsluiting
•
Schade aan bewegende delen
Oplossen van problemen
1. De motor draait niet na het inschakelen van
de stroomtoevoer.
•
Mankement in de stroomtoevoer.
•
Inspecteer de stroomtoevoer.
•
Slecht contact schakelaar.
•
Repareer of vervang schakelaar.
•
Netspanning te laag.
•
Te lang/te dun verlengsnoer.
•
Beschadigde motor.
•
Laat uw machine door een expert
repareren.
•
Versleten koolborstels.
•
Vervang de koolborstels.
2. Motor generereert een abnormaal geluid en
draait langzaam of helemaal niet.
•
Motor is overbelast als gevolg van
buitensporige druk of te grote boordiepte.
•
Verminder de druk of boordiepte,
verminder kracht.
•
Beschadigde motor.
•
Laat uw machine door een expert
repareren.
•
Toevoerspanning te laag.
•
Pas de toevoerspanning aan.
•
Versleten koolborstels.
•
Vervang de koolborstels.
14
3. Oververhitting van het
transmissieoppervlak.
•
Overbelasting of botte boor.
•
Verminder de belasting of slijp de boor.
•
Verminderd voltage.
•
Stel de toevoerspanning in.
4. Hevig vonken van de motor.
•
Controleer dat de koolstofborstels niet
versleten zijn.
Koolborstels vervangen
•
Vervang beide koolborstels tegelijkertijd.
•
Controleer de koolborstels regelmatige op
slijtage en defecten.
•
Vervang afgesleten koolborstels altijd.
•
Houd de koolborstels altijd schoon en zorg dat
de borstel niet wordt gehinderd.
•
Open de machine om de koolborstels te
kunnen controleren/vervangen.
•
Verwijder en vervang de koolborstel indien
nodig.
•
Monteer de achtergreep.
Reinigen
Reinig de machinebehuizing regelmatig met een
zachte doek, bij voorkeur iedere keer na gebruik.
Zorg dat de ventilatiesleuven vrij van stof en
vuil zijn. Gebruik bij hardnekkig vuil een zachte
doek bevochtigd met zeepwater. Gebruik geen
oplosmiddelen als benzine, alcohol, ammonia,
etc. Dergelijke stoffen beschadigen de kunststof
onderdelen.
Smeren
Fig. E
•
De schacht van de boorhamer regelmatig
smeren.
•
Controleer regelmatig of de binnenzijde van
machine gesmeerd moet worden:
•
Verwijder de smeerdop (12) op de
bovenzijde van de machine.
•
Verwijder eveneens de tweede dop (met 4
uitsparingen)
•
Nu kunt u de draaiende onderdelen in de
machine zien: de bewegende delen
dienen voldoende te zijn gesmeerd.
•
Giet indien nodig wat smeervet in het gat.
•
Plaats de dop op het gat en draai deze
vast.
•
Bevestig de smeerdop weer.
Ferm