Installeren en montage
Stap
Installeren
2e
De tandriemprofielaanslag onder de tandriem schuiven.
2f
De tandriemprofielaanslag zo positioneren, dat deze in de eindpositie OPEN ca. 5 cm afstand
heeft tot aandrijfkop.
Achterste tandriembevestiging monteren
3a
De tandriem door het verbindingshoekprofiel leiden en gespannen houden.
3b
De hulshelften zoals afgebeeld op de tandriem plaatsen.
3c
De kartelmoer aanbrengen en de tandriem handvast spannen, door het verdraaien van de
kartelmoer. Verhinder hierbij het verdraaien van de tandriem.
3d
De uitstekende tandriem kan worden afgekort.
Bovenste looprol plaatsen
4a +
Verwijder de uitbreidingsring van de looprol.
4b
4c +
Plaats de looprol in de looprail, deze instellen volgens de afbeelding en vastschroeven.
4d
Deurconsole bevestigen
5
De deurconsole op de hiervoor bedoelde boringen van de bovenste deursectie plaatsen en
vastschroeven met 3 plaatschroeven 6,3 x 16.
6
Hefboomarm plaatsen
6 a
De hefboomarm op de pen van de motorkop steken en borgen met een clip.
6b
De andere zijde van de hefboomarm tussen de deurconsole houden en de gatpositie kiezen
(instelling VL voor bouwjaren voor 2006). De pen door de deurconsole en de hefboomarm
steken en borgen met een clip.
Glijstuk
7
Het glijstuk op het looprailprofiel steken, naar de achterste opening bij de motorkop schuiven en
met een schroef 4,2 x 13 vastschroeven.
Spiraalkabel aansluiten
8 a
Aan de achterzijde van het stuurapparaat is een kabelklem voorzien voor de beide losse aders.
De rode ader links (1) en de groene ader rechts (2) in de klem steken.
8b
De stekker (3) in de hiervoor voorziene stekkerbus steken en laten vergrendelen.
8c
Daarna de kabel door het labyrint leiden en de kabel fixeren met een kabelbevestigingsklem.
8d
De netkabel van het stuurapparaat eveneens fixeren met een kabelbevestigingsklem.
Bevestigen van het stuurapparaat
9 a
Voor montage van het stuurapparaat op de zijwand, op een afstand van ca. 1 m van de deur en
1,50 m van de vloer, het eerste pluggat aftekenen. Een gat boren met een steenboor (Ø 6 mm),
plaats de plug en de schroef niet volledig indraaien.
9b
Het stuurapparaat met het sleufgat over de uitstekende schroefkop plaatsen.
9c +
Het apparaat waterpas houden en de overige bevestigingsboringen aftekenen.
9d
De gaten boren en de pluggen plaatsen, het apparaat vastschroeven met schroeven 4,2 x 32.
87
NovoPort® IV