Nederlands
9 Motorolietankdop
De motorolietankdop sluit de opening voor
het bijvullen van motorolie af.
10 Maaihoogte-aanpassing voor
De snijhoogteverstelling dient om de snij‐
hoogte in te stellen.
11 Snijhoogteverstelling achter
De maaihoogte-aanpassing dient om de
maaihoogte in te stellen.
12 Transporthandgreep
De transporthandgreep dient voor het trans‐
porteren van de grasmaaier
2.2
Pictogrammen
De pictogrammen kunnen op de grasmaaier
staan en betekenen het volgende:
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
L
volgens de richtlijn 2000/14/EG in
WA
dB(A), om de geluidsemissies van pro‐
ducten vergelijkbaar te maken.
Dit pictogram duidt de brandstoftank‐
dop aan.
Dit pictogram duidt de motorolietank‐
dop aan.
Motor starten:
1 – Schakelbeugel voor maaien
naar het stuur drukken en vasthou‐
den
2 – Starthandgreep uittrekken
Wielaandrijving inschakelen:
Schakelbeugel voor wielaandrijving
naar het stuur trekken
3
Veiligheidsinstructies
3.1
Waarschuwingssymbolen
De waarschuwingssymbolen op de grasmaaier
betekenen het volgende:
De veiligheidsinstructies en bijbeho‐
rende maatregelen in acht nemen.
De handleiding lezen, begrijpen en
bewaren.
Pas op voor vliegende objecten - houd
afstand en houd derden uit de buurt.
202
Houd handen en voeten uit de buurt
van de messen.
Haal de bougiestekker los vóór trans‐
port, opslag, onderhoud en reparaties.
3.2
Gebruik conform de voorschrif‐
ten
De grasmaaier STIHL RM 2.2 RT dient voor het
mulchen van gras.
WAARSCHUWING
■ Als de grasmaaier niet volgens de voorschrif‐
ten wordt gebruikt, kunnen situaties ontstaan
waarbij het gevaar voor ernstig of dodelijk let‐
sel aanwezig is. Bovendien kan er materiële
schade ontstaan.
► De grasmaaier zo gebruiken als staat
beschreven in deze handleiding en in de
handleiding van de motor.
3.3
Vereisten aan de gebruiker
WAARSCHUWING
■ Niet-geïnstrueerde gebruikers kunnen de
gevaren van de grasmaaier niet herkennen of
inschatten. De gebruiker of andere personen
kunnen ernstig of dodelijk letsel oplopen.
► Lees de gebruiksaanwijzing, zorg
dat u alles begrijpt en bewaar hem.
► Als de grasmaaier aan een andere persoon
wordt doorgegeven: geef de gebruiksaan‐
wijzing van de grasmaaier en de motor
mee.
► Zorg ervoor dat de gebruiker aan de vol‐
gende vereisten voldoet:
– De gebruiker is uitgerust.
– De gebruiker is lichamelijk, zintuigelijk
en geestelijk in staat om de grasmaaier
te bedienen en ermee te werken. Als de
gebruiker met lichamelijke, zintuigelijke
of geestelijke beperkingen daartoe in
staat is, mag de gebruiker er alleen
onder toezicht of na instructie door een
verantwoordelijke persoon mee werken.
– De gebruiker kan de gevaren van de
grasmaaier herkennen en inschatten.
– De gebruiker is zich ervan bewust dat
hij aansprakelijk is voor ongevallen en
voor materiële schade.
3 Veiligheidsinstructies
0478-111-9979-A