11.3 Wisselstroommotor
• Zorg ervoor dat de netspanning overeenkomt met de
spanning op het typeplaatje van het product.
• Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een
doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluittype X
Als het netsnoer van dit product beschadigd is, moet
dit worden vervangen door een speciaal uitgevoerd
netsnoer, dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens
klantenservice.
12. Reiniging, onderhoud en opslag
m Let op!
Trek bij reinigings- en montagewerkzaamheden altijd
de voedingsstekker uit het stopcontact! Gevaar voor
verwonding door stroomstoten!
m Let op!
Wacht tot het product volledig is afgekoeld! Gevaar
voor brandwonden!
m Let op!
Voorafgaand aan alle reinigings- en onderhoudswerk-
zaamheden moet het product drukloos worden ge-
maakt! Gevaar voor letsel!
12.1 Reiniging
• Houd het product zoveel mogelijk vrij van stof en
vuil. Wrijf het product met een schone doek af en
blaas deze met perslucht bij lage druk uit.
• Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik
te reinigen.
• Maak het product regelmatig schoon met een voch-
tige doek en een beetje zachte zeep. Gebruik geen
agressieve reinigings- of oplosmiddelen. Hierdoor
kunnen de kunststofonderdelen van het product
worden aangetast. Let op dat er geen water in het
product binnendringt.
• Slang en spuitgereedschap moeten voor reiniging
van de compressor worden losgekoppeld. De com-
pressor mag niet met water, oplosmiddelen of soort-
gelijk worden gereinigd.
12.2 Onderhoud van het drukvat (afb. 1)
Let op!
Om het drukvat (11) in goede staat te houden, moet
u na elk gebruik het condenswater aftappen door de
aftapplug (10) te openen.
Maak hiertoe eerst de ketel drukloos (zie 12.6.1). De
aftapplug (10) wordt geopend door hem linksom te
draaien (vanaf de onderzijde van de compressor op de
bout gezien), zodat het condenswater volledig uit het
drukvat (11) kan wegstromen.
Draai vervolgens de aftapplug (10) weer vast (rechts-
om). Controleer (11) vóór elk gebruik het drukvat op
roestvorming en beschadigingen.
De compressor mag niet gebruikt worden als het druk-
vat (11) beschadigd of roestig is.
Neem contact op met de klantenservicewerkplaats als
u beschadigingen constateert.
Aanwijzingen voor het afvoeren van condenswater:
Voer het condenswater af overeenkomstig de lokale en
nationale milieuvoorschriften. Let op dat het niet in het
afvalwatersysteem terechtkomt.
12.3 Veiligheidsklep (afb. 2)
De veiligheidsklep (6) is ingesteld op de maximaal
toegestane druk van het drukvat (11). Het is niet toe-
gestaan om de veiligheidsklep (6) te verstellen of de
verbindingsbeveiliging (6b) tussen de aftapmoer (6a)
en de kap (6c) te verwijderen. De veiligheidsklep (6)
moet om de 30 bedrijfsuren, maar tenminste 3 keer per
jaar worden bediend, zodat deze correct functioneert
als dit nodig mocht zijn.
Om de geperforeerde aftapmoer (6a) te openen, draai
hem linksom en trek de klepstang met de hand naar
buiten over de geperforeerde aftapmoer (6a) om de uit-
laat van de veiligheidsklep (6) te openen. De klep laat
nu hoorbaar lucht uit. Draai vervolgens de aftapmoer
(6a) weer rechtsom vast.
12.4 Reinigen van het luchtfilter (afb. 6)
Het luchtfilter (1) voorkomt het inzuigen van stof en vuil.
Deze luchtfilter (1) dient minstens om de 300 bedrijfsuren
schoon te worden gemaakt. Een verstopt luchtfilter (1)
vermindert de capaciteit van de compressor aanzienlijk.
Verwijder de bout (1a) op het luchtfilter (1) om het te verwij-
deren. U kunt nu het filterelement (1b) verwijderen. Tik het
filterelement (1b) er voorzichtig uit. Deze componenten
moeten daarna met perslucht (ca. 3 bar) worden uitgebla-
zen en in omgekeerde volgorde worden teruggeplaatst.
12.5 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig
zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de
volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.
Slijtageonderdelen*: Luchtfilter
www.scheppach.com
NL | 63