9.4
Automatisch ontdooien (afb. 1, 5)
Wanneer de omgevingstemperatuur laag is, begint het
product automatisch te ontdooien. In deze fase werkt
de koelventilator normaal, alleen de ingebouwde com-
pressor schakelt uit. Het symbool voor automatisch
ontdooien (C) en het symbool voor het instellen van de
snelheid (F) lichten op het LCD-display (5) op tijdens
deze fase.
Hoe lager de omgevingstemperatuur waarbij het pro-
duct gebruikt wordt, hoe eerder of vaker het automa-
tisch ontdooien geactiveerd wordt. Zodra het ontdooi-
proces voltooid is, blijft het product werken in de eerder
geselecteerde instelling.
Tijdens automatisch ontdooien (C) wordt de compressor
uitgeschakeld en blijft de ventilator normaal draaien.
9.5
De watertank (7) legen (afb. 1, 5, 6)
Als de watertank (7) volledig met water is gevuld, wordt
dit door het symbool Niveau-indicator (B) op het dis-
play (5) weergegeven, bovendien verschijnt "FU" op
het LCD-display (5). Bovendien klinkt na 5 seconden
een akoestisch signaal en stopt het product met het
ontvochtigen.
1.
Schakel het product uit.
2.
Open de deur van de behuizing (3).
3.
Verwijder de watertank (7) en maak het leeg.
4.
Plaats de watertank (7) weer terug. Zorg ervoor
dat u de watertank (7) in de juiste positie plaatst.
5.
Sluit de behuizingsdeur (3).
6.
Schakel het product weer in. Het symbool en de
storing E4 worden niet meer weergegeven. Als het
symbool en de storing nog steeds op het LCD-dis-
play (5) worden weergegeven, verwijdert u het wa-
terreservoir (7) weer en plaatst u het terug.
Aanwijzing:
De watertank (7) moet volledig in het product geplaatst
zijn, anders kan het condenswater niet goed opgevan-
gen worden.
9.6
Belangrijke werkinstructies
• Om de compressor te beschermen, zal deze niet
onmiddellijk weer inschakelen nadat het product
gestopt is met werken of nadat er een bedrijfsonder-
breking is geweest (bijv. het legen van de watertank
(7)). De compressor staat eerst ongeveer 3 minuten
in een zogenaamde "beschermingsmodus" voordat
hij weer wordt ingeschakeld.
68 | NL
• Het temperatuurbereik waarin het apparaat pro-
bleemloos kan werken, ligt tussen ca. +5 °C tot ca.
+35 °C.
• Wij raden aan om een veiligheidsafstand te bewaren
tussen de muur en de luchtinlaat (4).
• Leeg de watertank (7) na elk gebruik van het pro-
duct.
• Wilt u het product gedurende een langere periode
niet gebruiken, koppelt u het product los van de
stroomvoorziening en bevestigt u het netsnoer aan
het product.
• Kantel de bouwdroger tijdens het transport of tijdens
het gebruik met niet meer dan 45°.
• Als de bouwdroger onvoorzien werd gekanteld,
dient u ten minste 12 uur te wachten tot de bouwdro-
ger weer kan worden gebruikt.
10. Onderhoud en reiniging
Het product is ontworpen voor probleemloze werking
en minimale bewaking.
Alle bewegende onderdelen zijn permanent gesmeerd.
Er bevinden zich geen andere onderdelen in het pro-
duct die onderhouden kunnen worden.
Reiniging
• Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilaties-
leuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mo-
gelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek af
en blaas deze met perslucht bij lage druk uit.
• Verwijder de watertank (7) en giet het water uit in een
gootsteen. Droog de binnen- en buitenkant van de
watertank (7) grondig af voordat u het terugplaatst.
Het is raadzaam om de watertank (7) regelmatig om
de twee weken te reinigen om schimmel en bacteri-
en te voorkomen. Vul hiervoor de watertank (7) met
lauw water en voeg een in de handel verkrijgbaar
afwasmiddel toe. Spoel meerdere keren met lauw
water. Het is ook raadzaam om het product na het
schoonmaken te desinfecteren. Gebruik een in de
handel verkrijgbaar ontsmettingsmiddel op alcohol-
basis of sterke alcohol. Beide middelen zijn volledig
onschadelijk als u ze daarna meerdere keren met
lauw water afspoelt.
• Maak het product regelmatig schoon met een voch-
tige doek en een beetje zachte zeep. Gebruik geen
reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen
de kunststofonderdelen van het product aantasten.
Zorg ervoor dat er geen water in het product komt.
www.scheppach.com