NL
komen. Steek niets in de ventilatieope
ningen van het apparaat en let erop dat
deze niet verstopt raken.
■ Gebruik het apparaat niet wanneer de
accu heeft gelekt.
LET OP – Risico van materiële
schade
■ Let erop dat de aansluitleiding niet
bekneld raakt, geknikt of over scherpe
randen gelegd wordt, en dat deze niet
in aanraking komt met hete oppervlak
ken.
■ Wikkel het netsnoer niet om de voe
dingseenheid.
■ Gebruik het apparaat alleen wanneer
het compleet en correct in elkaar werd
gezet! De filters moeten geplaatst en
onbeschadigd zijn! Als er vuil in het
binnenste van het motorblok terecht zou
komen, dan kan schade aan de motor
ontstaan.
■ Het apparaat moet zijn uitgeschakeld,
wanneer u de voedingseenheid uit de
contactdoos trekt of erin steekt. Trek
altijd aan de voedingseenheid en nooit
aan het netsnoer om het apparaat te
ontkoppelen van het stroomnet!
■ Zet geen zware voorwerpen op het
apparaat of de aansluitleiding.
■ Bescherm het apparaat tegen hitte,
vuur, extreme temperaturen, lang aan
houdend vocht en schokken.
■ Gebruik om de werking van het
apparaat niet te belemmeren en om
eventuele schade te verhinderen alleen
origineel toebehoren van de fabrikant.
De LEDs kunnen niet worden vervan
gen.
■ Verwijder een lekkende accu meteen uit
het apparaat. Reinig de contacten alvor
ens een nieuwe accu te plaatsen.
34
13769_Inlay_de-en-fr-nl_A5_V1.indb 34
13769_Inlay_de-en-fr-nl_A5_V1.indb 34
ACCU OPLADEN
Attentie!
■ Om de maximale laadcapaciteit te
bereiken moet je de accu vóór de
eerste ingebruikname in elk geval
volledig opladen. Als de accu tijdens
gebruik volledig leeg raakt, dan moet hij
vóór de volgende inzet weer helemaal
worden opgeladen.
■ Sluit de voedingseenheid alleen aan op
een contactdoos die is geïnstalleerd
volgens de voorschriften en die overeens
temt met de technische gegevens. De
contactdoos moet na het aansluiten
goed toegankelijk zijn, zodat de verbin
ding met het lichtnet snel kan worden
verbroken.
■ Gebruik alleen correct werkende ver
lengsnoeren, waarvan de technische
gegevens overeenstemmen met die van
de voedingseenheid.
■ Trek in het geval van een fout tijdens
het opladen of vóór een onweersbui de
voedingseenheid uit de contactdoos.
1. Steek de voedingsplug van de aansluit
leiding (10) in de laadbus (16).
2. Sluit de voedingseenheid aan op een
contactdoos.
De laadcontrolelampjes (15) beginnen
te knipperen en de accu (17) wordt
geladen.
Wanneer alle laadcontrolelampjes
continu branden, is de accu volledig
opgeladen.
10.11.2023 12:41:38
10.11.2023 12:41:38