Veiligheid
2.8
Functionele en visuele controle
2.8.1
Algemeen
•
Voor elk gebruik op werking moet gecontroleerd worden of het toestel goed functioneert en of het
zich in goede staat bevindt.
•
Onderhoud, smering en opheffen van storingen aan het toestel mogen uitsluitend buiten bedrijf
plaatsvinden!
•
Bij gebreken die de veiligheid betreffen, mag het toestel pas nadat de gebreken volledig zijn
verholpen weer in gebruik worden genomen.
•
In geval van scheuren, kieren of beschadigingen aan gelijk welke delen van het apparaat moet elke
gebruik van het apparaat onmiddellijk stop gezet worden.
•
De handleiding van het toestel moet op de werklocatie altijd kunnen worden geraadpleegd.
•
De op het toestel aangebrachte typeplaatje mag niet worden verwijderd.
•
Onleesbare verwijzingsplaatjes (zoals verbods- en waarschuwingstekens) moeten worden
vervangen.
2.9
Veiligheid tijdens bedrijf
2.9.1
Algemeen
•
Het is alleen toegestaan dichtbij de grond met de apparaat te werken. Het is verboden de apparaat
boven mensen te zwenken.
•
De bediener mag de besturingsplaats niet verlaten zolang de apparaat met lading belast is en moet
altijd zicht hebben op de lading.
•
Alleen apparaaten met handgrepen mogen met de hand gevoerd worden.
•
Als de apparaat in gebruik is mogen zich geen mensen in het werkgebied ophouden!
Tenzij dat absoluut noodzakelijk is op grond van de wijze waarop de apparaat wordt gebruikt, bijv.
door de apparaat met de hand te voeren (aan de handgrepen).
•
Het schoksgewijs heffen of laten zakken van het werktuig met of zonder last is verboden, evenals
het snel rijden met de drager/hijsinrichting over oneffen terrein! Rijd in het algemeen met geheven
last met de drager/hijsinrichting (bv. graafmachine) slechts stapvoets - vermijd onnodige trillingen.
Gevaar: De lading kan naar beneden vallen of de lastopnamemiddelen kunnen beschadigd raken!
54500005
9 / 26
NL