5.8
ONGELIJKE SNIJEENHEDEN ________________________________________________
N.B: De pijl geeft de rijrichting aan.
Mogelijk probleem
Maaihoogte van de ene snijeenheid ongelijk ten opzichte van de
andere.
Verschillende draaisnelheden van de snijeenheid.
Verschil in rijhoogte van de maaier van de ene kant tot de
andere.
Dekken niet op gelijke hoogte ingesteld.
Dekhark niet ingesteld.
Ongelijke
snijeenheden
variërende snijhoogten, wat resulteert in een getrapt
maairesultaat, meestal door een ongelijke afstelling van
de maaihoogte van een snijeenheid ten opzichte van de
andere.
TN1278
Maaihoogte op snijeenheden controleren/aanpassen tot dezelfde
hoogte. (Zie de onderdelen & onderhoudshandleiding).
Werking van draaiende snijmotor(en) controleren en repareren/
vervangen indien nodig.
De bandenspanning controleren en deze aanpassen. (Zie de
onderdelen & onderhoudshandleiding).
Stel de dekken op gelijke hoogte af. (Zie de onderdelen &
onderhoudshandleiding).
Stel de dekken zo af dat het voormes 1,25 mm lager is dan het
achtermes. (Zie de onderdelen & onderhoudshandleiding).
MAAIKWALITEIT
geven
een
patroon
Oplossing
5
van
nl-31