1 toets Functie
Naam
sleutel
Het betreden van de
parametermodus
R
instellingsparameter
controleren en opslaan
op de
Aanpassingssleutel
onder de
Aanpassingssleutel
Zaaien lancering
instelling
ÿ
Naaldstop
positie selectie
2. Gebruikersparameter en
2. 1 gebruikersparameter
parameters
parameter
Functie
P01
Maximale snelheid
Naaldstoppositie
P02
selectie
P03
zachte startschakelaar
P04
zachte start naaisnelheid
P05
steken aantal zachte start
P06
Minimumsnelheid
2. 2 Parameter van de
parameters
parameter Functie
P07
Positie-aanpassing
P08
Positie-instelling omlaag 000-024
Naalden gaan
omhoog
P09
automatisch als stroom
draaidebn
Machinebeveiligingsschakelaar
P10
detectie
P1
1
snelheidscurve aanpassing (%)
steekcorrectierichting
P15
P21
Motorrotatierichting
1. Druk op de p-toets om naar de modus voor het instellen van gebruikersparameters te gaan.
2. Houd de toets P lang ingedrukt en schakel tegelijkertijd de aan/uit-schakelaar van uit om het apparaat in te schakelen.
modus voor het instellen van
systeemparameters.
1. Nadat u de functiecode hebt ingesteld, drukt u op deze toets om de vooraf ingestelde parameter te controleren en vervolgens kunt u
Bewerk de parameter
dienovereenkomstig;
2. Wanneer de parameter is vastgelegd, drukt u op de toets om de instelling op te slaan en af te sluiten.
1. kies de ophoogsleutel voor de regioparameteritems. 2. Toets voor het
verhogen van de parameterinstelling
3. In de hoofdinterface kunt u met deze toets de snelheid verhogen. 1. Kies de
parameteritems van de regio met de decrement-toets 2. De
parameterinstellingswaarde met de decrement-toets
3. In de hoofdinterface kunt u met deze toets de snelheid verlagen.
set gebruikt of geannuleerd langzame start instelling
Als u klikt, stopt de naald in de juiste positie nadat u de naaimodus hebt gewijzigd (omhoog/omlaag).
technicusparameter
Bereik
020-370
000-002
020-150
001 -015
200-500
technicus
Bereik
000-024
omhoog
000-002
000-003
Aanwijzen
functie.
Standaard
stel de maximale naaisnelheid in (toon de werkelijke
370
getal*10 = snelheid)
stel de naaldstoppositie in (0: naald omhoog 1: naald omlaag 2:
UIT)
instelling softstartschakelaar (0: UIT1: AAN)
instelling voor zachte startnaaisnelheid (toon het werkelijke aantal *10 =
040
snelheid)
stel het aantal steken van de zachte start in, elke eenheid is een halve steek
stel de minimale naaisnelheid in (toon de werkelijke
200
getal*10=snelheid)
Standaard
0: Geen functie
1:
stroom ingeschakeld, naald gaat automatisch omhoog
o: UIT 1: nuldetectiesignaal 2: positief detectiesignaal
032
Hoe hoger de waarde, hoe sneller de snelheid toeneemt
0: Halve steek ch
1: één steek ch
2: doorlopende correcte halve steek ch
3: continu correct steken en snel stoppen van de machine
Motorrotatedirecti onsetting(0: met de wijzers van de hand:
1 5
Beschrijving
Beschr pt op