NL
4. APPARATEN AANSLUITEN OP DE ONTVANGER
Gebruik alleen door de fabrikant gecertificeerde aansluitkabels
om de te bedienen apparaten aan te sluiten op de ontvanger.
Sluit geen losse draden aan op de stekkerpinnen van de
ontvanger. Gebruik geen stekkers van andere fabrikanten.
Let erop, dat de aangesloten apparaten op dezelfde massa zijn
aangesloten als de ontvanger.
Let erop, dat de voedingsspanning correct op de ontvanger is aanges-
loten. Bij het inschakelen van de voedingsspanning leidt verwisselen
van positief en negatief er onvermijdelijk toe, dat alle uitgangen van
de ontvanger onder spanning staan en het daardoor tot ongecontro-
leerde en gevaarlijke toestanden komt! Gebruik de ontvanger alleen in
De belasting van het gehele systeem mag de maximale totale stroom
Zorg voor een extra bescherming van de voedingsspanning!
42
WAARSCHUWING
Schakel de voedingsspanning uit voor de aansluiting van
de kabel, om een elektrische schok, een storing of brand
OPMERKING
Lees ook de handleiding van de apparaten, die u op de ont-
vanger aansluit en volg hun veiligheidsinstructies op.
WAARSCHUWING
het spanningsbereik van 9 tot 36 volt (DC).
van 10 ampère niet overschrijden.
te vermijden.