Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken

Textron Ransomes G-Plex II series Sicherheits Und Bedienungs Anleitung Seite 58

Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

NL
VLAKSTELSTANGEN VOOR MAAIKOPPEN
VÓÓR
WAARSCHUWING
Deze procedure moet uitgevoerd worden zoals
gespecificeerd, uitsluitend door goed getraind
onderhoudspersoneel.
Tijdens de gehele procedure moet de
kooiactivering uitgeschakeld blijven. Het
inschakelen van de kooiactivering kan
beschadiging van de machine en/of ernstig
letsel of de dood van de bestuurder of
omstanders tot gevolg hebben.
De afmetingen in figuur 17 zijn in de fabriek
ingesteld en het bijstellen van de vlakstelstang
behoort niet nodig te zijn. Na enige tijd kan het
nodig zijn om de stangen enigszins bij te
stellen. Is dit het geval, dan moet dan moet dit
slechts door middel van de afstelconnector
(zie fig. 17) worden gedaan.
1.
Zet de machine op een vlakke ondergrond
(beton aanbevolen). Leg karton onder elk van
de drie maaikoppen.
2.
Een tweede persoon moet 3 m voor de
machine gaan staan om te controleren hoe
vlak de maaikoppen zijn bij het laten zakken.
Laat de maaikoppen zakken en zorg ervoor
dat de voorste koppen over de gehele breedte
parallel lopen met de vlakke ondergrond terwijl
de koppen het karton raken.
3.
Wanneer zij niet gelijkmatig aanraken, moet
de afstelconnector worden gebruikt om bij te
stellen. Herhaal de procedure indien nodig,
totdat de twee voorste maaikoppen gelijkmatig
contact maken met de vlakke ondergrond.
De afmetingen aan het uiteinde van de
vlakstelstang, met de veren en borgring, zijn in
de fabriek ingesteld. Deze hoeven nooit te
worden gewijzigd (zie fig. 17).
VLAKSTELSTANG
BORGRING
TEGENMOER
AFSTELCONNECTOR
BEVESTIGD
AAN HEFARM
Figuur 17
1. afstelconnector
NL-56
ONDERHOUDSHANDLEIDING EN ONDERDELENLIJST
N.B.
N.B.
VEREN
VERBONDEN MET
HOOFDGESTEL
NIET AANPASSEN
RANSOMES G PLEX II Serie : WD
SNELHEIDSREGELING MAAIEN/TRANSPORT
Wanneer de maaikoppen geheel zijn opgetild,
bedraagt het snelheidsbereik van de wielaandrijving
0 - 12 km/u. De snelheid wordt geregeld door het
rijrichtings/gaspedaal, zoals beschreven in
"Bedieningspedalen".
Wanneer u de maaikoppen laat zakken, wordt de
voorwaartse beweging van het rijrichtings/gaspedaal
beperkt door de regelstang van de automatische
maaisnelheid. (de aanslagbout van de tuimelaar
raakt de lip van het voetpedaal die het pedaal naar
boven draait. Hierdoor wordt de snelheid van de
machine tijdens het maaien beperkt. Het
maaisnelheidsbereik bedraagt 0 - 6,1 km/u).
Figuur 18
1. Rijrichtings/gaspedaal
INSTELLEN VAN DE MAAISNELHEID
De maaisnelheid kan worden bepaald door via een
tijdscontrole te meten hoe snel de machine rijdt over
een afstand van 15,24 m (50'). Bereid een vlak
oppervlak met voldoende ruimte om te starten en na
de gemerkte 15,24 m (50') te eindigen.
Zet een staak in de grond op de plek waar u wilt
beginnen met de tijdopname. Zet een andere staak
op een afstand van 15,24 m (50'). Laat de
maaikoppen zakken en druk het rijrichtingspedaal
naar voren, zodat de machine volgas rijdt (de
maaikoppen moeten tijdens het meten in de
neutraalstand blijven staan).
Begin met de tijdopname wanneer het midden van
het voorwiel parallel is met de eerste staak. Stop de
tijdopname wanneer het midden van het voorwiel
parellel is met de staak die 15,24 m (50') is
geplaatst. Een geschatte tijd voor 6,1 km/u is ± 8,8
tot 9,2 seconden. Indien de gemeten tijd aanzienlijk
van de bovengenoemde tijd afwijkt, kan de
maaisnelheid als volgt worden aangepast.
1
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis