Fig. 31
Fig. 32
BORSTEL- EN KAMSET
(Afb. 31)
Afhankelijk van de omstandigheden kunnen een
borstel of een kam worden aangebracht. U wordt niet
aangeraden de borstel bij vochtige condities te
gebruiken.
Het aanbrengen van een dezer eenheden:
1.
Verwijder bout (A) aan beide kanten van de
voorste roller.
2.
Breng de bout weer aan met er tussen de steun
(B) en de zijplaat, breng daarna de buitenste
borgmoer aan en draai deze goed vast.
3.
Draai de moeren (C) aan elke kant van de
borstel of kam los.
4.
Schuif de draadeinden in de steunen.
5.
Draai de moeren goed vast.
LET WEL: De volgring moet direct achter de moeren
worden aangebracht.
De borstel of kam kunnen afhankelijk van de
afwisselende omstandigheden op of neer worden
afgesteld, maar denk er steeds aan dat de machine
waterpas moet zijn voordat de moeren mogen worden
vastgedraaid.
Wanneer de stoppels van de borstel door
continugebruik in één hoek afslijten dan moet u de
complete borstel unit omkeren.
TRANSPORTWIELEN (Uitsluitend bij Super Certes)
(Afb. 32)
Deze wielen worden aangedreven vanaf de extensie
van de spil van de achterste roller.
Aanbrengen of verwijderen van de wielen:
1.
Breng de achterste roller met de kipstandaard
vrij van de grond.
2.
Verwijder de snelwisselpennen (A).
3.
Breng naar wens de wielen aan of verwijder ze.
NL
NL-29