RMU S40 EN NOG EEN ACCESSOIRE VAN NIBE
RMU S40 kan in serie worden aangesloten met accessoires
die een accessoirekaart (AA5) hebben.
Omdat er verschillende aansluitingen kunnen zijn voor ac-
cessoires met printplaten (AA5), moet u altijd de instructies
lezen in de handleiding voor het accessoire dat moet worden
geïnstalleerd.
Sluit een +12 V voedingskabel aan van het hoofdproduct
naar RMU S40. RMU S40 moet als laatste worden aangeslo-
ten in de communicatielus.
Hoofdproduct
AA2-X30
Accessoires
AA25-X13
3
+12V
AA5-X4
1
A
2
B
3
GND
4
A
5
B
6
GND
7
8
RMU S40
AA4-X1
4
GND
3
B
2
A
1
+12V
Voorzichtig!
Installeer altijd een +12 V-voedingskabel van het
hoofdproduct naar het accessoire met de AXC-
module voor aansluiting op RMU S40.
76
Inbedrijfstelling
INSTELLINGEN IN HET HOOFDPRODUCT
Pas de standaardinstellingen voor elk RMU S40 aan in het
hoofdproduct.
Voorzichtig!
De software van het hoofdproduct moet up-to-
date zijn.
TEMPERATUUR- EN VOCHTSENSOREN
RMU S40 wordt geïnstalleerd op een neutrale locatie waar
de ingestelde temperatuur en/of vochtigheid vereist zijn.
Een geschikte locatie is op een vrije binnenwand in een hal,
ca. 1,5 m boven de vloer. Het is belangrijk dat de sensoren
niet worden belemmerd in het meten van de juiste luchtvoch-
tigheid en ruimtetemperatuur en dus niet worden geplaatst
in een nis, tussen schappen, achter een gordijn, boven of
dicht bij een warmtebron, bij tocht van een buitendeur of in
direct zonlicht. Ook dichtgedraaide radiatorthermostaten
kunnen problemen veroorzaken.
TEMPERATUURVOELER
De temperatuursensor in RMU S40 heeft dezelfde functie
als de ruimtetemperatuursensor (BT50) bij het hoofdproduct.
Dit biedt de mogelijkheid te selecteren welke sensor het
hoofdproduct gebruikt voor het weergeven en regelen van
de ruimtetemperatuur, indien van toepassing.
De bediening van de temperatuursensor wordt geactiveerd
in menu 1.3.3 - "Instellingen ruimtesensor" in het hoofdpro-
duct.
VOCHTSENSOR
De vochtsensor kan worden gebruikt om condensatie tijdens
het koelen te voorkomen; dit wordt dauwpuntregeling ge-
noemd. Dauwpuntregeling biedt de mogelijkheid met een
lagere aanvoertemperatuur te koelen zonder dat het klimaat-
systeem geïsoleerd hoeft te worden tegen condensatie.
Dauwpuntregeling houdt in dat het hoofdproduct continu
het dauwpunt berekent op basis van de gemeten tempera-
tuur en relatieve vochtigheid (RV). Bij dauwpuntregeling is
de locatie van de sensor belangrijk. Als deze verkeerd wordt
geplaatst, bestaat het risico op condensatie in het klimaat-
systeem.
De vochtsensor wordt geregeld in bijvoorbeeld de menu's
7.1.6.4 – "Vochtregeling" (verwarming), 7.1.7.2 – "Vochtrege-
ling" (koeling) en 1.2.4 - "Vraaggest. ventilatie" in het
hoofdproduct.
RMU S40 | NL