12 Combimotor en accu controleren
► Wachten tot het combigereedschap niet meer
wordt aangedreven.
► Als het combigereedschap aangedreven blijft
worden: accu verwijderen en contact opnemen
met een STIHL dealer.
De combimotor is defect.
12 Combimotor en accu con‐
troleren
12.1
Bedieningselementen controle‐
ren
Deblokkeringsschuif, Ergo-hendel en schakel‐
hendel
► De accu verwijderen.
► Probeer de schakelhendel in te drukken, zon‐
der de deblokkeringsschuif te bedienen.
► Als de schakelhendel kan worden ingedrukt:
combimotor niet gebruiken en contact opne‐
men met een STIHL dealer.
De deblokkeringsschuif is defect.
► Deblokkeringsschuif indrukken en ingedrukt
houden.
► Ergo-hendel indrukken en ingedrukt houden.
► Schakelhendel indrukken.
De deblokkeringsschuif kan worden losgela‐
ten.
► Schakelhendel en Ergo-hendel loslaten.
► Als de deblokkeringsschuif, de schakelhendel
of de Ergo-hendel moeilijk beweegt of niet
terugveert in de uitgangsstand: de combimotor
niet gebruiken en contact opnemen met een
STIHL dealer.
De deblokkeringsschuif, de schakelhendel of
de Ergo-hendel is defect.
Combimotor inschakelen
► Plaats de accu.
► Deblokkeringsschuif indrukken en ingedrukt
houden.
► De schakelhendel indrukken en ingedrukt hou‐
den.
Het combigereedschap beweegt.
► Als er 3 leds rood knipperen: accu verwijderen
en contact opnemen met een STIHL dealer.
Er is een storing in de combimotor.
► De schakelhendel loslaten.
Het combigereedschap draait na korte tijd niet
meer.
► Als het combigereedschap aangedreven blijft
worden: accu verwijderen en contact opnemen
met een STIHL dealer.
De combimotor is defect.
0458-031-9401-A
12.2
Accu controleren/testen
► Druktoets op de accu indrukken.
De leds branden of knipperen.
► Als de leds niet branden of knipperen: accu
niet gebruiken en contact opnemen met een
STIHL dealer.
In de accu zit een storing.
13 Met de combimotor werken
13.1
Combimotor vasthouden en
hanteren
Afhankelijk van het gemonteerde combigereed‐
schap en het gebruik moet de combimotor ver‐
schillend worden vastgehouden en gehanteerd.
► Combimotor dusdanig vasthouden en hante‐
ren als in de handleiding van het gemonteerde
combigereedschap staat beschreven.
13.2
Vermogenstrap instellen
Afhankelijk van het gebruik, kunnen 2 vermo‐
genstrappen worden ingesteld. De stand van de
schuif voor de vermogenstrappen (1) geeft de
ingestelde vermogenstrap weer.
De ingestelde vermogenstrap beïnvloedt de
werktijd van de accu.
–
: ECO-vermogenstrap, laag vermogen
–
: Maximale vermogenstrap, maximaal
vermogen
Als de maximale vermogenstrap is ingesteld,
herkent de combimotor het gemonteerde combi‐
gereedschap en stelt automatisch het bijbeho‐
rende toerental in.
Als de ECO-vermogenstrap is ingesteld, wordt
het toerental verlaagd.
De looptijd van de accu kan daardoor worden
verlengd.
1
Nederlands
59