punt.
•
Referentiepunt voorkant (zie fig. 4)
•
Referentiepunt achterkant (zie fig. 4)
6.4 Meetfuncties gebruiken
Aanwijzing
Na afsluiting van een meting schakelt de laserst-
raal zich automatisch uit. Druk op de inschakel/
meet-toets.
6.4.1 Functie: „Losse afstand meten"
„Geen symbool" (fi g. 5)
Procedure:
•
1x toets A indrukken:
apparaat inschakelen
•
Eventueel toets B langer indrukken:
referentiepunt op het apparaat kiezen
•
1x toets A: laser inschakelen
•
laser uitrichten
•
1x toets A: meten
→ Resultaat wordt onderaan weergegeven
in m
6.4.2 Functie: „Vlakken meten"
„Symbool
" (afb. 6)
Procedure:
•
1x toets A indrukken:
apparaat inschakelen
•
1x toets B indrukken: functie selecteren
•
Eventueel toets B langer indrukken:
referentiepunt op het apparaat kiezen
•
1x toets A: laser inschakelen
•
laser uitrichten
•
1x toets A: lengte van het vlak meten
•
1x toets A: laser inschakelen
•
laser uitrichten
•
1x toets A: breedte van het vlak meten
→ Resultaat wordt onderaan weergegeven
in m²
6.4.3 Functie: „Volume meten"
„Symbool
" (afb. 7)
Procedure:
•
1x toets A indrukken:
apparaat inschakelen
•
2x toets B indrukken: functie selecteren
•
Eventueel toets B langer indrukken:
referentiepunt op het apparaat kiezen
•
1x toets A: laser inschakelen
Anl_TC_LD_30_R_SPK13.indb 47
Anl_TC_LD_30_R_SPK13.indb 47
NL
•
laser uitrichten
•
1x toets A: lengte van de ruimte meten
•
1x toets A: laser inschakelen
•
laser uitrichten
•
1x toets A: breedte van de ruimte meten
•
1x toets A: laser inschakelen
•
laser uitrichten
•
1x toets A: hoogte van de ruimte meten
→ Resultaat wordt onderaan weergegeven
in m³
6.4.4 Functie: „Doorlopende afstand meten
(min/max)"
„Symbool
" (afb. 8 / 8a / 8b)
Procedure:
•
1x toets A indrukken: apparaat inschakelen
•
3x toets B indrukken: functie kiezen
•
Eventueel toets B langer indrukken: referen-
tiepunt selecteren
→ Het grootste meetresultaat tot nu toe wordt
bovenaan in m weergegeven
→ Het kleinste meetresultaat tot nu toe wordt
in het midden in m weergegeven.
→ Onder wordt het huidige meetresultaat
weergegeven in real time
7. Reiniging, onderhoud en
bestellen van wisselstukken
Gevaar!
Trek vóór alle schoonmaakwerkzaamheden de
netstekker uit het stopcontact.
7.1 Reiniging
•
Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventila-
tiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk
vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een
schone doek af of blaas het met perslucht bij
lage druk schoon.
•
Het is aan te bevelen het toestel direct na elk
gebruik te reinigen.
•
Reinig het toestel regelmatig met een vochti-
ge doek en wat zachte zeep. Gebruik geen
reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de
kunststofcomponenten van het toestel kun-
nen aantasten. Let er goed op dat geen water
in het toestel terechtkomt. Door binnendrin-
gen van water in een elektrische apparatuur
verhoogt het risico van een elektrische schok.
- 47 -
12.03.2025 08:48:00
12.03.2025 08:48:00