~
TEXAS INSTRUMENTS
PRINT -De PRINT-instructie stelt u in staat data te schrijven op files o p
diskettes. Deze instructie kan alleen gebruikt worden wanneer files
geopend zijn in de OUTPUT, UPDATE of APPEND-modus.
De PRINT-instructie heeft de volgende algemene vorm:
PRINT
*
file-nummer
[,REC record-nummer] [:print-opsomming]
Het file-nummer moet in de PRINT-instructie genoemd worden. Het
record-nurmner kan desgewenst genoemd worden wanneer ge-
schreven wordt op random toegankelijke (RELATIVE) files. De print-
opsomming is ook facultatief.
e
file-nummer- H et file-nummer is h et getal dat aan een bepaalde file
wordt toegekend door de OPEN-instructie. Het file-nummer wordt
ingevoerd als een nummerteken (
* ),
gevolgd door een numerieke
expressie die, wanneer zij wordt afgerond naar h et dichtstbijzijnde
gehele getal, een getal vormt van 1 tot 255 en het nummer is van
een open file.
e
record-nummer - Een record-nummer verwijst naar de record o p
de file waarop u wilt schrijven. Het record-nummer kan alleen
gegeven worden voor random files (RELATIVE).
e
print-opsomming - De print-opsomming is de lijst waarden die u
op de file wilt zetten. De lijst bestaat uit een rij of numerieke varia-
belen of constanten, gescheiden door komma's, dubbele punten
en punt-komma's.
Hieronder volgen enkele voorbeelden van PRINT-instructies:
INPUT*-1:X$
INPUT *-23:X,A,"TIMES 4"
INPUT 11,REC44:"TAX"
INPUT*-3:A,B,C
Brengt de waarde van X$ in de vol-
gende positie van de file die geo-
pend werd als
*
1.
Brengt de waarde van X, A en "TI-
MES4" in de volgende record in de
file die geopend werd als
*
23.
Brengt de rijconstante "TAX" in
record-number 44 van de file die
geopend werd als
*
11.
Brengt de waarden A, 8, en C in de
volgende drie posities in de file die
geopend werd als
*
3. De komma
achter C creéert een hangende
print -con d itie. Wanneer de volgende
PRINT-instructie wordt uitgevoerd,
vindt een van de onderstaande be-
werkingen plaats:
Wanneer de volgende PRINT -in-
structie geen REC-clausule heeft,
plaatst de computer de data on-
middellijk volgend op de vorige data.
Wanneer de volgende PRINT-in-
structie wel een REC-clausule heeft,
dan schrijft de computer de han-
gende PRINT record op de file op de
plaats die door de interne teller
wordt aangegeven voert de nieuwe
PRINT-REC-instructie uit als ge-
bruikelijk.
80
~
PHP 1240
EOF- De eof (en-of file/einde file) funtie geeft aan of er een andere re-
cord is di e va n een file gelezen moet worden. De EOF-functie heeft de
volgende algemene vorn:
EOF (file-nummer]
De waarde van h et file-nummermoet overeenkomen met het nummer
van een open file.
De EOF-functie gaat er altijd van uit dat de volgende record sequen-
tieel gelzen gaat worden, zelfs wanneer u een RELATIVE file gebruikt.
De waarde diede EOF-funtie oplevert hangt af van waar u zich in de fi-
le bevindt. Wanneer u niet aan het einde van de file bent, dan is de
waarde
O.
Bent u wel aan h et einde van de file, dan levert de functie
een waarde van 1 op. Als de diskette voi is en u aan h et einde van de fi-
le bent, dan levert de functie een waarde van -1 op.
Hieronder volgen enkele voorbeelden van de EOF-functie:
PRINT
*
EOF(3)
IF EOF(27)<>
O
THEN 150
Print een waarde van
O,
1 of -1, af-
hankelijk van of aan h et eind van de
file bent die geopend werd als
3.
Wanneer u aan het einde van de file
bent die geopend werd als
27, dan
wordt overgegaan naar regel 1150.
De gebruikelijke manier om na te gaan wat de laatste record is in
RELATIVE fil es iso m een "dummy" record als eerste in de file te h ante-
re n. Deze record bevat het aantal records in de file. Steeds wanneer u
de lengte van de file wijzigtm oet u deze record bijwerken.
RESTORE - De RESTORE-instructie wordt gebruikt om u naar een
aangegeven record op een file te brengten. De instructie heeft de vol-
gende algemene vorm:
RESTORE *file-nummer [,REC recordnummer]
Het file-nummer moet in de RESTORE-instructie genoemd worden.
Het record-nummer kan desgwenst ook verme Id word e n.
e
file-nummer - Het file-nummer is het nummer dat aan een be-
paalde file wordt toegekend door de OPEN-instructie. Het file-
nummer wordt ingevoerd als een nummerteken ( *). gevolgd do or
h et nummer van een open file.
e
record-nummer- Een record-nummer verwijst naar de record o p
de file waar u de file geplaatst wenst te zien.
Hieronder volge n enkele voorbeelden van de RESTORE-instructie.
RESTORE-#6
RESTORE *-23,REC 12
Zorgt ervoor de de volgende record
die gelezen wordt van of geschreven
op de file die geopend werd als
*
6,
de eerste record op de file wordt.
Zorgt ervoor dat de volgende record
record die gelezen wordt van of ge-
schreven op de file die geopend
werd als
*
23, de dertiende record
op de file wordt (de eerste record is
nummer nul).
Bij RELATIVE fil es kunt u RESTORE meestal alleen gebruiken o m de fi-
le zo te plaatsen dat u de EOF-functie kunt gebruiken, omdat de re-
cord die u wilt lezen of schrijven kan word e n in de INPUT- of PRINT -in-
structie.
DELETE- De DELETE-formulering wordt gebrukt om files te verwijde-
ren. Deze instructie heeft de volgende algemene vorm:
DELETE
*
file-nummer
Het file-nummer moet in de DELETE-instructie genoemd worden. Het
file-nummerwordt ingevoerd als een nummerteken (
* ),
gevolgd door