~
TEXAS INSTRUMENTS
O m de diskette te verwijderen opent u de klep van h et aandrijving-
sapparaat te openen en de diskette eruit te nemen. Berg de disket-
te op in haar opberg-portefeuille.
INSTALLA TIE-INSTRUCTIES
BESTURINGSKAART
De stapen die gezet moeten worden bij het inbrengen van de be-
sturingskaard in h et Expansion Chassis en vervolgens h et contro-
leren van de werking ervan, worden in deze paragraaf beschreven.
Leest u echter eerst de handleiding "Randapparaat Uitbreidings-
systeem".
N.B.:
Het Expansion Chassis heeft acht gleuven waarin randappa-
ratuur-kaarten ingebracht kunnen worden. De Expansion Chassis
kaart moet gestoken worden in de eerste gleuf aan de linkerkant,
wanneer u met uw gezicht naar het apparaat toestaat. Andere
kaarten, inclusief het besturingssysteem kunnen in een van de
overige gleuven gestoken worden. Wanneer u echter een diskette-
systeem in het Expansion Chassis hebt, dan moet de diskette-be-
sturingskaart in de laatste.
WAARSCHUWING
De elektronische onderdelen kunnen beschadigd worden door
statische elektriciteitsontladingen. Om beschadiging te voorko-
men mag u de verbindingscontacten niet aanraken, noch ze aan
statische elektriciteit blootstellen.
Wanneer u het apparaat hebt uitgepakt, kunt u het besturingssy-
steem in het Expansion Chassis inbrengen. (Bewaar het verpak-
kingsmateriaal om het apparaat in op te bergen of te vervoeren.)
INBRENGEN VAN DE BESTURINGSKAART
1. Zet eerst de computerconsole en alle ermee verbonden appa-
raten uit.
2. Controleer of h et Expansion Chassis m et de computer verbon-
den is. Verwijder dan de bovenkant van de chassis-unit.
3. De label die het besturingssysteem identificeert bevindt zich
bovenop de kaart. Schuif de kaart voorzichtig in de gleuven van
h et Expansion Chassis waarbij de lengterichting van het smal-
le bandje naar de voorkant van de chassis-unit wijst
(schets van kaart m et bandjes, label en connector erop aange-
geven)
(schets van unit, bezien vanuit een hoek, waarbij de kaart ge-
deelteljk is ingevoerd.)
70
~
PHP 1240
4. Let o p de lokatie va n elke kaart en plaats de bovenkant terug op
het Expansion Chassis.
WAARSCHUWING
Ontkoppel altijd h et Expansion Chassis voordat
u de computerconsole verplaatst. H et snoer dat de console e n h et
chassis verbindt kan het gewicht van de units niet dragen. Om
schade te voorkomen dient u altijd alle apparaten te ontkoppelen
voordat u een een onderdeel van uw Home Computer gaat ver-
plaatsen. Bij verplaatsingen over een lange afstand dient u alle
kaarten uit h et Expansion Chassis te verwijderen en vervolgens de
apparaten in het oorspronkelijk verpakkingsmateriaal te verpak-
ken.
TESTEN VAN HET BESTURINGSSYSTEEM
1 . Zet Expansion Chassis, monitor e n console aan.
2. Op elke plaats waar u een randapparaat-kaart hebt ingebracht
moet een geel lampje gaan branden. Na enkele ogenblikken
moet het lampje weer uitgaan.
3. Wanneer het lampje niet gaat branden, of wanneer het wel
brandt maar niet meer uitgaat, dan is de ermee corresponde-
rende kaart niet goed ingebracht. Herhaal de "lnstallatie-in-
structie"-procedure. Blijven zich problemen voordoen, zie dan
de paragraaf "Bij moeilijkheden, op blz. xx.
AANSLUITEN VAN DE DISKETIE-AANDRIJVINGSSYSTEMEN
Aandrijvingssysteem in het Expansion Chassis.
Het speciaal vervaardigde aandrijvingssysteem dat in het Expan-
sion Chassis past heeft een vast snoer dat h et m et de besturings-
kaart verbindt in h et Expansion Chassis. Breng eerst h et uiteinde
van het snoer door de kleine opening in de wand van h et chassis
diede besturingskaart en h et aandrijvingssysteem scheidt. Beve-
stig vervolgens h et snoer in de interne ingang van de besturings-
kaart. Plaats tenslotte het aandrijvingssysteem in het Expansion
Chassis in de ruimte die daarvoor aan de rechterkant van het
chassis beschikbaar is; let erop dat de klep van h et aandrijvings-
systeem naar de voorkant van het chassis opengaat.
N.B.:
Wanneer u h et speciaal vervaardigde aandrijvingssysteem in
het Expansion Chassis gebruikt, moet de besturingskaart in de
uiterst rechtergleuf van het chassis zijn ingebracht.
AFZONDERLIJKE AANDRIJVINGSSYSTEMEN
Elk aandrijvingssysteem heeft een vast snoer met twee connec-
tors, een aan het uiteinde van het snoer en een ongeveer in het
midden v an h et snoer. De connector aan h et uiteinde gaat in de in-
gang aan de achterkant van h et besturingssysteem, of, bij meerde-
re aandrijvingssystemen, in de middelste connectro van de voor-
gaande aandrijvingsunit, waarbij gebruik gemaakt wordt van het
adapter-bord (zie afbeelding hieronder).
N.B.:
Het kan nodig zijn
de connector te draaien o m hem in te kunnen brengen. Wanneer u
hem in de juiste positie hebt, kan hij gemakkelijk ingebracht wor-
den. Wanneer u een aandrijvingssysteem hebt, verbind u dat m et
het besturingssteem.
(Verwijder en bewaar het adapter-bord, voor het geval later een
aandrijvingssysteem wordt toegevoegd.)
Hebt u meer dan een aandrijvingssysteem, verbind ze dan met h et
besturingsapparaat in serie, waarbij alle systemen, behalve de
laatste (die zich h et verst van het besturingsapparaat bevindt) ge-
modificeerd worden als hierboven werd beschreven. Verbindt het