~
TEXAS INSTRUMENTS
is op, om het verschil weg te werken. Langere records kunnen
gekortwiekt worden tot ze de juiste lengte hebben. Files die re-
cords met een vaste lengte h ebbe n worden sneller verwerkt dan
files met records van een variabele lengte.
Desgewenst kunt u een maximum lengte van een record aangeven
door de woorden VARIABLE of FIXED te doen volgen door een
numerieke expressie. De maximum lengte voor een variabele file
is 254 bytes en de maximum lengte vooreen vaste file is 255 bytes.
Wanneer u geen recordlengte aangeeft, dan neemt de computer
als lengte 80 aan.
RELATIVE files moeten records met een vaste lengte hebben.
Wanneer u voor een RELATIVE file geen record-type hebt aange-
geven, dan gaat de computer ervan uit dat het FIXED moet zijn.
SEQUENTIAL files kunnen RXED of VARIABLE zijn. Wanneer u
geen record-type voor een SEQUENTIAL file aangeeft, dan gaat de
computer ervan uit dat het VARIABLE moet zijn. Een file met een
vaste lengte kan heropend worden voor SEQUENTIAL of RELA-
TIVE toegang, onafhankelijk van voorgaande fi/e-organisatie in-
structies.
Hier volgen enkele voorbeelden van OPEN-instructies:
OPEN *1:"DSK1.MYFILE"
OPEN
*
23 :"DSK.MYDISK.X",
RELATIVE 100, INTERNAL
OUTPUT, FIXED
BO
OPEN
*
243 :A$,1NTERNAL
Cre~ert
of heropent een file op de
diskette in aandrijvingssysteem Een
met de naam MYFILE. De file is SE-
QUENTIAL in staat in DISPLAY -vorm,
in de UPDATE-modus met records
met een VARIABLE lengte, waarbij
de maximum lengte
BO
bytes is. (dit
zijn de aannames van de computer.)
Cre~ert
of heropent een file, ge-
naamd X of de diskette MYDISK in
het aandrijvingssysteem waar deze
diskette zich bevindt. De file is RE-
LATIVE en staat in de INTERNAL-
vorm, in de OUTPUT-modus met
records met een RXED lengte (maxi-
male lengte van
BO
bytes). In het
begin worden 100 records beschik-
baar gemaakt voor de file.
Cre~ert
of heropent een file op de
diskette
in
aandrijvingssysteem
Twee, genaamd ABCD, als A$ gelijk
is aan DSK2.ABCD. De file is se-
quentieel en staat in INTERNAL-
vorm, in de UPDATE-modus met re-
cords met een VARIABLE lengte
(maximale lengte
BO
bytes).
CLOSE - De CLOSE-instrucite sluit of onderbreekt h et verband tus-
sen een file en een programma. Nadat een CLOSE-instructie is uitge-
voerd is de file niet meer beschikbaar, tenzij zij weer geopend wordt
door een OPEN-instructie. Desgewenst kunnen files verwijderd wor-
den door aan het einde van de CLOSE-instructie DELETE toe te voe-
gen.
De CLOSE-instructie kent de volgende algemene vorm:
CLOSE
file-nummer [:DELETE]
Het fi/e-nummer is h et nummer dat u in de OPEN-instructie gebruikte
om de file te openen.
Wanneer u een file niet sluit, kunnen data verloren gaan. Wanneer een
programma stopgezet wordt door een BREAK-instructie, door op
CLEAR te drukken of door een fout, dan kunnen soms files niet geslo-
ten worden, zelfs wanneer u in uw programma een CLOSE-instructie
hebt opgenomen. U kunt de fil es echter sluiten door NEW in te voeren,
79
43
PHP 1240
of BYE, wanneer u de BASIC-modus wilt verlaten. Het redigeren van
een programma sluit ook automatisch alle open files.
N.B.:
Wanneer u TI BASIC verlaat door op
QUIT
te drukken, dan kun-
nen data verloren gaan. Verlaat daarom, wanneer u files aan het be-
werken bent. de BASIC-modus alleen door BYE in te voeren.
INPUT- De INPUT -instructie, gebruikt m et diskettes, stelt u in staat da-
ta van files te lezen. De instructie kan alleen gebruikt worden wanneer
de files geopend zijn in de INPUT- of UPDATE-modus.
De INPUT-instructie kent de volgende algemene vorm:
INPUT
file-nummer [.REC record-nummer]:
(variabele-opsomming]
File-nummeren variabele-opsomming moeten in de INPUT-instructie
vermeld worden. Record-nummer kan desgewenst toegevoegd wor-
den bij het lezen van ramdom toegankelijke files.
e
file-nummer - Het fi/e-nummer is het getal dat door de OPEN-in-
structie aan een bepaalde file wordt toegekend. Het file-nummer
wordt ingevoerd als een nummerteken (
* ),
gevolgd door een
numerieke expressie die, wanneer zij tot het dichtstbijzijnde ge-
hele getal wordt afgerond, een getal vormt van 1 tot 255 en het
nummer is van een file die al open is.
e
record-nummer - Een record-nummer verwijst naar de record o p
de file die u wilt lezen. Het record-nummer kan alleen aangegeven
worden voor RELATIVE files. (SEQUENTIAL files worden in se-
quenti~le
(achtereenvolgende) volgorde gelezen.)
•
variabele-opsomming - De variabele-opsomming is een opsom-
ming van variabelen waarin u de data van de file gelezen wenst te
.zien. Zij bestaat uit een rij of uit numerieke variabelen, door kom-
ma's gescheiden.
Hier volgen enkele voorbeelden van INPUT-instructies:
INPUT* 1:X$
INPUT* 23:X?A?LL$
INPUT* 11, REC 44:TAX
INPUT* 3:A,B,C
Brengt in X$ de volgende beschik-
bare waarde in de file die geopend
werd als
*
1.
Brengt in X, A, en LL$ de volgende
drie waarden van de file die geopend
werd als *23.
Brengt in TAX de volgende waarde
van record-nummer 44 van de file
die geopend werd als
*
11.
Brengt in A, 8, e n C de volgende drie
waarden van de file die geopend
werd als*3.De komma achterCcre-
~rt
een hangende input-conditie.
Wanneer de volgende INPUT-in-
structie voor deze file wordt uitge-
voerd, vindt een van de onder-
staande bewerkingen plaats.
lndien de volgende INPUT-instructie
geen REC-clausule heeft, dan ge-
bruikt de computer data beginnende
waard de vorige INPUT-instructie
stopte.
lndien de volgende INPUT-instructie
wel een REC-clausule bevat, dan
be~indigt
de computer de hangen-
de input conditie en leest de aan-
gegeven record.