Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 16
"TECHNISCHE SPECIFICATIE IEC of CLC/TS 62081"
- Het lassen met de operator opgetild van de grond MOET
verboden zijn, behoudens een eventueel gebruik van een
veiligheidsplatform .
- SPANNING TUSSEN ELEKTRODEHOUDER OF TOORTS :
wanneer men werkt met meerdere lasmachines op een enkel
stuk of op meerdere stukken die elektrisch verbonden zijn, kan
er een gevaarlijke som van spanningen leeg gegenereerd
worden tussen twee verschillende elektrodehouders of toorts,
aan een waarde die het dubbel van de toegestane limiet kan
bereiken .
Het is noodzakelijk dat een ervaren coördinator de
instrumentele maatregel uitvoert om te bepalen of er een risico
bestaat en om de adequate beschermingsmaatregelen te
kunnen treffen zoals aangeduid wordt
"TECHNISCHE SPECIFICATIE IEC of CLC/TS 62081".
RESIDU RISICO'S
- ONJUIST GEBRUIK: het gebruik van de motorlasmachine is
gevaarlijk voor alle andere bewerkingen die verschillen van
diegene die voorzien zijn (vb. ontvriezen van buizen van de
waterleiding).
2. INLEIDING EN ALGEMENE BESCHRIJVING
Deze motorlasmachine is een stroombron voor het booglassen,
specifiek gerealiseerd voor MMA -lassen in continue stroom (DC).
De karakteristieken van dit systeem van regeling (INVERTER), zoals
de hoge snelheid en de precisie van de afstelling, geven aan de
motorlasmachine excellente kwaliteiten bij het lassen van beklede
elektroden (rutiel, zure, basisch, cellulose).
De machine is bovendien uitgerust met een hulpcontact voor de
voeding in continue stroom van werktuigen voorzien van een
universele motor (borstels) zoals hoekvormige polijstmachines en
boormachines .
ACCESSOIRES GELEVERD OP AANVRAAG:
- Kit MMA-lassen.
- Kit TIG-lassen.
- Adaptor gasfles Argon.
- Drukreductor.
- ToortsTIG.
- Kit wielen.
- Kit voeding AC (alleen model met I max=160A, I max=200A).
3. TECHNISCHE GEGEVENS
PLAAT GEGEVENS
De hoofdgegevens m.b.t. het gebruik en de prestaties van de
motorlasmachine zijn samengevat in de plaat met de karakteristieken
met de volgende symbolen :
1- Symbool S: wijst erop dat er operaties van lassen kunnen
uitgevoerd worden in een ruimte met een verhoogd risico van
elektroshock (vb. in de onmiddellijke nabijheid van grote metalen
massa's ).
2- Symbool van de voorziene procedure van lassen .
3- Symbool van de binnenstructuur van de lasmachine .
4- Inschrijvingsnummer voor de identificatie van de lasmachine
(noodzakelijk voor technische assistentie, aanvraag reserve
onderdelen, opzoeken oorsprong product ).
5- EUROPESE referentienorm voor de veiligheid en de bouw van de
machines voor booglassen
6- Prestaties van het lascircuit:
- U : maximum spanning leeg.
0
- I /U : Stroom en overeenstemmende genormaliseerde
2
2
spanning die verdeeld kunnen worden door de lasmachine
tijdens het lassen .
- X : Rapport van intermittentie: wijst op de tijd waarin de
motorlasmachine de overeenstemmende stroom kan verdelen
(zelfde kolom). Wordt uitgedrukt in %, op basis van een cyclus
van 10 minuten (vb. 60% = 6 minuten van werk , 4 minuten
pauze; en zo verder).
Ingeval de factoren van gebruik (met verwijzing naar 40°C
milieu) overschrijden worden, zal de thermische bescherming
ingrijpen (de motorlasmachine blijft
temperatuur terug binnen de toegestane limieten valt ).
- A/V-A/V: Wijst op de gamma van regeling van de stroom van het
lassen (minimum-maximum) met de overeenstemmende
boogspannng.
7- Graad van bescherming van het omhulsel .
8- Symbool van de explosiemotor.
9- Karakteristieke gegevens van de explosiemotor:
- n: Nominale snelheid van lading.
- n : Nominale snelheid leeg.
0
- P
: Maximum vermogen van de explosiemotor
1max
10- Hulpuitgang van vermogen:
- Symbool van continue stroom.
- Nominale spanning van uitgang.
- Nominale stroom van uitgang.
- Cyclus van intermittentie.
11- Waarde van de zekering met vertraagde werking en voorzien voor
de bescherming van het hulpcontact.
12- Symbolen met verwijzing naar veiligheidsnormen waarvan de
betekenis wordt aangegeven in het hoofdstuk 1 "Algemene
veiligheidsnormen".
13- Niveau van geluidsvermogen gegarandeerd door de .
Opmerking: Het voorbeeld van de aangegeven plaat wijst op de
betekenis van de symbolen en de cijfers ; de juiste waarden van de
technische gegevens van de lasmachine in uw bezit moeten
rechtstreeks genomen worden van de plaat op de motorlasmachine
in 5.9 van de
2
2
Fig. A
in stand-by tot haar
zelf .
ANDERE TECHNISCHE GEGEVENS:
- MOTORLASMACHINE: zie tabel 1 (TAB.1).
- GRIJPER ELEKTRODEHOUDER: zie tabel 2 (TAB.2).
- KIT VOEDING AC: zie tabel 3 (TAB.3).
Het gewicht van de motorlasmachine staat aangeduid op de
tabel 1 (TAB.1)
4.BESCHRIJVNG VAN DE MOTORLASMACHINE
De motorlasmachine bestaat uit een explosiemotor die een alternator
met hoge frequentie met permanente magneten activeert, die een
module van vermogen gaat voeden waaruit men de lasstroom en de
hulpstroom haalt .
1- Explosiemotor.
2- Alternator met hoge frequentie.
3- Gelijkrichter.
4-
Hulpcontact in continue stroom .
5- Ingang driefasen generator, groep gelijkrichter en condensators
van nivellering .
6- Brug switching naar transistors (IGBT) en drivers; schakelt de
gelijkgerichte spanning om in wisselspanning met hoge
frequentie en voert de afstelling uit van het vermogen in functie
van de gevraagde stroom/spanning van het lassen .
7- Transformateur met hoge frequentie: de primaire wikkeling wordt
gevoed met de spanning geconverteerd door het blok 6; deze
heeft de functie de spanning en de stroom aan te passen aan de
waarden noodzakelijk voor de procedure van booglassen en
tegelijkertijd het lascircuit galvanisch te isoleren van de
voedingslijn .
8- Brug secundaire gelijkrichter met inductie van nivellering :
schakelt de wisselspanning/-stroom geleverd door de secundaire
wikkeling om in continue spanning/stroom met uiterst lage golven.
9- Elektronica van controle en afstelling : controleert onmiddellijk de
waarde van de transistors van lasstroom en vergelijkt deze met de
waarde ingesteld door de operator ; moduleert de impulsen van
bediening van de drivers van de IGBT die de regeling uitvoeren.
D bepaalt het dynamisch antwoord van de stroom tijdens het
smelten van de elektrode (onmiddellijke kortsluitingen) en oefent
toezicht uit op de veiligheidssystemen .
INRICHTINGEN VA N CONTROLE, AFSTELLLING EN
VERBINDING MOTORLASMACHINE
Fig. C (model met I max = 130A)
1- Hulpcontact 230V DC (continue stroom).
2- Zekering hulpcontact.
3- RODE LED: normaal uit, indien aan wijst dit op een
overtemperatuur in de alternator die zowel de lasstroom als de
hulpstroom blokkeert. De machine blijft aan zonder stroom te
verdelen tot het bereiken van een normale temperatuur . De reset
is automatisch.
4- GROENE LED: indien aan wijst dit op de werking in de modaliteit
generator in continue stroom .
5- S e l e c t i e t o e t s G E N E R AT O R C O N T I N U E S T R O O M
LASMACHINE . Staat toe de gekozen werkwijze te selecteren :
Generator in continue stroom.
Lasmachine.
6- Potentiometer voor de regeling van de lasstroom met
gegradueerde schaal in Ampères; staat de regeling toe ook
tijdens het lassen .
7- GROENE LED: indien aan wijst dit op de werking in modaliteit
lasmachine .
8 - GELE LED: normaal uit, indien aan wijst dit op een anomalie die
de lasstroom blokkeert voor de ingreep van de volgende
beschermingen :
- Thermische bescherming: aan de binnenkant van de
motorlasmachine werd een excessieve temperatuur bereikt . De
machine blijft aan zonder stroom te verdelen tot een normale
temperatuur bereikt is . De reset is automatisch.
- Bescherming ANTI STICK: blokkeert automatisch de
lasstroom, indien de elektrode aan het te lassen materiaal gaat
kleven, en maakt hierbij de manuele verwijdering mogelijk
zonder dat de grijper elektrodehouder beschadigd wordt .
- Bescherming voor oversnelheid van de motor : blokkeert de
verdeling van de lasstroom tot de snelheid van de motor naar de
nominale waarden terugkeert .
9- Negatieve snapmofverbinding(+) om de laskabel te verbinden.
10- Negatieve snapmofverbinding(-) om de laskabel te verbinden.
11- Klem voor de aardeaansluiting.
Fig. D (model met I max=160A, I max=200A)
1- Hulpcontact 230V DC (continue stroom).
2- Zekering hulpcontact.
3- GROENE LED: indien aan wijst dit op de werking in de modaliteit
generator in continue stroom .
4- GROENE LED: wanneer deze brandt wijst dit op de werking in de
modaliteit generator wisselstroom (AC). De kit voeding AC wordt
als optional geleverd.
5- GROENE LED: indien aan wijst dit op de werking in modaliteit
lasmachine .
6- Selectietoets GENERATOR CONTINUE STROOM-
GENERATOR AC-LASMACHINE. Staat toe de gekozen
werkwijze te selecteren:
Generator in continue stroom;
- 29 -
Fig. B
2
2
2
Inhaltsverzeichnis
loading

Inhaltsverzeichnis