Tabel 10. Navigatiewerkbalk
Knop
Beschrijving
Manometer/
Geeft de werkdruk van het argon- of heliumgas in het systeem weer.
gasindicator
OPMERKING: Het Visual-ICE MRI-cryoablatiesysteem bevat interne regulateurs die de gasdruk
binnen de juiste werkgrenzen houden. De druk die op de gasindicator wordt weergegeven, is
de interne, gereguleerde druk en niet de gascilinderdruk.
Door op de manometer te drukken wordt de manometer omgeschakeld om de geschatte
proceduretijd weer te geven die nog rest voordat de gascilinders leeg zijn. De geschatte
tijden worden weergegeven in uren:minuten:seconden. Tijdens de naaldtest geven de beide
manometers de geschatte resterende tijd weer. De eerste schattingen tijdens het testen van de
naald zijn gebaseerd op de aanname dat alle aangesloten naalden gelijktijdig werken bij een
bevriezingsintensiteit van 100%.
De gasindicator wordt in realtime bijgewerkt wanneer de naalden worden losgekoppeld,
als er nog meer naalden worden aangesloten en terwijl de intensiteit van de bevriezing
wordt aangepast. Door de gasindicator ingedrukt te houden, schakelt het scherm terug naar
manometer.
Registration
Deze optie zorgt voor optionele velden voor het invoeren van ID van de patiënt, Naam
(Registratie)
ziekenhuis, Adres ziekenhuis, Naam arts en Orgaantype. Er zijn twee aanpasbare velden
beschikbaar voor extra informatie. De namen van de aangepaste velden kunnen worden
opgegeven in het scherm Instellingen configureren (raadpleeg het gedeelte Instellingen
configureren)
Notes
Hier kunt u tekst invoeren. Als u deze knop selecteert, wordt het toetsenbord op het scherm
(Aantekeningen)
weergegeven om gegevens te kunnen invoeren. Procedurenotities die op deze locatie
zijn ingevoerd, worden opgenomen in het procedurerapport (zie scherm Instellingen
configureren ; raadpleeg het scherm/gedeelte Startup (Opstarten)).
Settings and
Hiermee wordt het Procedurescherm weergegeven om een cryoablatieprocedure te
Procedure
beginnen.
(Instellingen en
procedure)
Report (Rapport) Hiermee wordt een rapport weergegeven met alle proceduregegevens die zijn ingevoerd
en vastgelegd voor de huidige procedure. Het rapport kan worden opgeslagen op de USB-
geheugenstick. Door tijdens een procedure op de knop Report (Rapport) te drukken, worden
alle proceduregegevens weergegeven die tot dat moment zijn opgeslagen.
End Procedure
Hiermee wordt de huidige procedure beëindigd en keert u terug naar het scherm
(Procedure
Startup (Opstarten). Door op deze knop te drukken, genereert het systeem een
beëindigen)
bevestigingsverzoek, een verzoek om het rapport op te slaan en een optie om het systeem
automatisch te ontluchten.
Door de gebruiker geselecteerde zelfhulp
Via de titelbalk van elk gedeelte krijgt u toegang tot aanvullende hulpinformatie. Druk op de titelbalk voor een uitleg
van de beschikbare knoppen en velden in elke gedeelte van het Procedurescherm .
Kanaalbediening
De kanalen 1 tot en met 8 zijn afzonderlijk gelabeld en bevatten onafhankelijke bedieningselementen voor
testen, bevriezen, bevriezingsintensiteit, ontdooien en stoppen. Elk afzonderlijke kanaal geeft naast de
kanaalbedieningselemeten het type weer van de aangesloten naalden (scherm 16). In het kanaal met de aanduiding
ALL (ALLE) werken alle actieve kanalen gelijktijdig.
567
Black (K) ∆E ≤5.0