Nederlands
werktuig draait nog even door nadat de gashen‐
del wordt losgelaten – naloopeffect.
Stationair toerental controleren: het werktuig
moet bij stationair toerental – bij losgelaten gas‐
hendel – stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen,
boomschors, droog gras, benzine) uit de buurt
van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdem‐
per houden – brandgevaar!
Zie ook de aanwijzingen voor "Motor starten/
afzetten" in de handleiding van het gebruikte
combigereedschap.
3.6
Apparaat vasthouden en bedie‐
nen
Het motorapparaat altijd met beide handen op de
handgrepen vasthouden.
Altijd voor een stabiele en veilige houding zor‐
gen.
3.6.1
Bij uitvoeringen met dubbele hand‐
greep
De rechterhand op de bedieningshandgreep, de
linkerhand op de handgreep van de draagbeu‐
gel.
3.6.2
Bij uitvoeringen met beugelhandgreep
De linkerhand op de beugelhandgreep, de rech‐
terhand op de bedieningshandgreep – geldt ook
voor linkshandigen.
48
3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
3.7
Tijdens de werkzaamheden
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood
direct de motor afzetten – stopschakelaar indruk‐
ken.
Op een correct stationair toerental letten, zodat
het werktuig na het loslaten van de gashendel
niet meer meedraait. Als het werktuig bij statio‐
nair toerental toch meedraait, het stationair toe‐
rental door een geautoriseerde dealer laten
instellen. Regelmatig de instelling van het statio‐
nair toerental controleren, resp. corrigeren.
STIHL adviseert de STIHL dealer.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra
omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt –
omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeu‐
wen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar
zijn.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en
uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken – alleen bij vol‐
doende licht en goed zicht. Voorzichtig werken,
anderen niet in gevaar brengen.
Het motorapparaat alleen voor die toepassingen
gebruiken, die in de handleiding van het combi‐
gereedschap staan aangegeven.
Het motorapparaat produceert giftige
uitlaatgassen zodra de motor draait.
Deze gassen kunnen geurloos en
onzichtbaar zijn en onverbrande kool‐
waterstoffen en benzol bevatten.
Nooit in afgesloten of slecht geventi‐
leerde ruimtes met het motorapparaat
werken – ook niet met machines
voorzien van katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of op plaat‐
sen met weinig ruimte, steeds voor voldoende
luchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergif‐
tiging!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen
(bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies,
duizeligheid, afnemende concentratie, de werk‐
zaamheden direct onderbreken – deze sympto‐
men kunnen onder andere worden veroorzaakt
door een te hoge uitlaatgasconcentratie – kans
op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel
mogelijk beperken – de motor niet onnodig laten
draaien, alleen gas geven tijdens het werk.
Niet roken tijdens het gebruik en in de directe
omgeving van het motorapparaat – brandgevaar!
Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambare
benzinedampen ontsnappen.
0458-436-9421-B