Bewaar deze gebruiksaanwijzing. Kan later nog
A. Zijplaten
van pas komen.
Bij het leren besturen van je motorfiets kun je miss-
chien in het begin het best de zijplaten gebruiken.
XWAARSCHUWING: Als de elektronica nat wordt,
De zijplaten kun je aan de onderkant van de motorfi-
kan de buitenkant heet worden en brandwonden
ets bevestigen (zie afbeelding).
veroorzaken. Niet met het
voertuig door water of sneeuw rijden.
N.B.: Wanneer je bij het batterijklepje wilt komen,
moet je de zijplaten verwijderen.
I.I INHOUD/KENMERKEN
Sturen
• Voertuig
Als de zijplaten zijn bevestigd kun je vanuit een
staande start je voertuig in beweging zetten (je
• Zender
motorfiets rust op een van de
• Zijplaten (los afgebeeld)
zijplaten).
X Kijk bij "Rijden met je voertuig" voor meer
Je haalt de trekker van je zender over en je rijdt
informatie.
vooruit; gebruik zo nodig de stuurknop om in een
• Lanceerder/displaystandaard
rechte lijn voorwaarts
X Kijk bij "Rijden met je voertuig" voor meer
te rijden terwijl je snelheid maakt.
informatie.
• 7,2V NiCd-Batterijset
B. Het lanceren van je motorfiets
• 7,2V NiCd wandoplader
Gebruik voor een "professionele"
racestart de bijgeleverde lanceerder/
• 4 AA alkalinebatterijen (voor het voertuig)
displaystandaard, zoals afgebeeld.
• 4 AA zinkoxidebatterijen (voor de zender)
(a) Zet de lanceerder op een gladde en vlakke
• Telescoopantenne
ondergrond.
• 2 schroeven zijplaat
(b) Zet de motorfiets op de lanceerder zoals afge-
beeld.
(c) Ga met je voet op de lanceerder staan zoals
VOERTUIG
afgebeeld. Het achterwiel van de motorfiets
q Batterijklepje
wordt omhooggetild.
(a) Batterijhouder voor oplaadbare
(d) Haal de trekker op de zender over om de motor
batterijen (7,2 NiCd).
van de motorfiets te activeren. Houd de trekker
(b) Batterijhouder in het voertuig
ingedrukt om het achterwiel snelheid te laten
(4 AA alkalinebatterijen).
maken.
(c) Draadverbinding voor 7,2V
(e) Blijf de trekker ingedrukt houden en til je voet op
w PROBEER-MAAR knop (op de knie)
van de lanceerder; je motorfiets komt op de
e AAN/UIT/LICHT- EN GELUIDKNOP
grond en rijdt weg!
* Deze knop heeft 3 standen:
I
= AAN – Dit is de normale rijstand voor
III. GEAVANCEERDE RIJEIGENSCHAPPEN
jouw voertuig.
O
= UIT
A. Remsysteem
/
= DISPLAY – Om de lichten en het geluid te
Je motorfiets is uitgerust met twee geavanceerde
activeren druk je op de PROBEER-MAAR
remsystemen voor maximale prestaties:
knop op de knie van de motorrijder.
r MultiBand-keuzeknop
1. Wanneer je de trekker op de zender los laat tij-
dens het rijden, zal de motorfiets geleidelijk aan
* Kijk bij "MultiBand-kenmerk" voor
stoppen.
meer informatie.
ZENDER
2. Als je sneller wilt stoppen, duw je de trekker naar
voren. De motorfiets komt bijna onmiddellijk tot
q Trekker: Gas geven/remmen
stilstand.
w Besturing
e "Turbo"knop
B. "Turbo"-aanjager
r "TOEREN"knop
Na 3 seconden rijden kun je de turboknop indrukken
t LED-lampje
en vasthouden voor extra acceleratie.
y Telescoopantenne (helemaal
uitschuiven)
C. "Toeren"knop
Je kunt tijdens het rijden op elk moment de geluid-
sknop indrukken en dan hoor je de coole geluiden
van de motorfiets.
D. Rijtip
u MultiBand-keuzeknop
Om een strakkere bocht te maken trek je als je de
bocht in gaat aan de trekker.
* Kijk bij "MultiBand-kenmerk" voor meer
informatie.
E. Displaystandaard
Draai de lanceerder om en je hebt een
i AAN/UIT-knop
displaystandaard voor de motorfiets. Zet de motorfi-
ets op de displaystandaard zoals
II. BASISRIJEIGENSCHAPPEN
afgebeeld.
Neem even de tijd om de eigenschappen en
MULTIBAND-EIGENSCHAP
bedieningsknoppen van je voertuig goed te leren
kennen. Met enige oefening ben je
• De motorfiets is uitgerust met het
binnen de kortste tijd een "professionele"
geavanceerde Tyco R/C MultiBand-systeem. Met
motorrijder.
dit systeem kun je tegen maximaal 3 van je vrien-
den racen (tot 4 coureurs in totaal), zonder dat je
• Voorwaarts
problemen krijgt met
• Remmen
de frequenties.
• Sturen
• Er is een MultiBand-keuzeknop op het
• "Turbo"-aanjager
chassis van de motorfiets en op je zender. De knop
• Geluiden
op de motorfiets heeft 4 standen: elk voor één
MultiBand-frequentie.
* Licht en geluid van het voertuig worden automa-
tisch geactiveerd zodra je gaat rijden. De ultieme,
echte rij-ervaring!
De knop op de zender heeft eveneens 4 standen:
* Dit voertuig is een ultra-high-performance en
één voor elke MultiBand-frequentie.
supersnelle motorfiets, uitsluitend ontworpen om
buiten mee te rijden. Rijd ALTIJD met de motorfi-
ets op een grote open ruimte, zoals een
• De knop op de motorfiets en de knop op de zender
speelplaats; zo krijg je de beste resultaten. Rijd
moeten beide op dezelfde MultiBand-frequentie
NOOIT met je voertuig op mensen, dieren of
staan. Wanneer je alleen rijdt, kun je de knoppen
breekbare voorwerpen af!
op elke willekeurige MultiBand-frequentie zetten
(als ze beide maar op dezelfde frequentie staan).
* Dit voertuig is een racemoterfiets met
afstandsbediening geschikt voor het rijden op
• Wanneer je met andere RC-voertuigen wilt racen,
moet je ervoor zorgen dat elke bestuurder op een
een gladde en harde ondergrond, zoals een
betonnen wegdek of asfalt. Rijd NOOIT met je
andere MultiBand-frequentie zit.
voertuig op een andere ondergrond.
• Om de motorfiets te bedienen zet je hem gewoon
14
o
AAN. Druk op een van de zenderknoppen en je
kunt met de motorfiets gaan rijden.
* Een niet-MultiBand voertuig dat op dezelfde fre-
quentie rijdt als jouw motorfiets, kan ervoor zor-
gen dat jouw motorfiets niet optimaal function-
eert. Als je tegen een niet-Multiband
voertuig racet, zorg er dan voor dat dat voertuig
niet op dezelfde frequentie rijdt.
* Als je van frequentie moet veranderen, moet je
eerst de motorfiets uitzetten. Zet de knop op een
andere frequentie (let op dat je beide knoppen
op dezelfde frequentie zet). Zet daarna de motor-
fiets weer aan en je kunt gaan racen. N.B.: Zorg
ervoor dat je niet op een zenderknop drukt wan-
neer je de motorfiets op een andere frequentie
zet.
IV. HET PLAATSEN VAN DE
BATTERIJEN IN DE MOTORFIETS
Je voertuig maakt gebruik van twee
verschillende krachtbronnen: 4 AA
alkalinebatterijen PLUS een oplaadbare 7,2V NiCd-
batterijset. Voor uitgebreide informatie over het
opladen van oplaadbare batterijen en de veiligheid-
saspecten kun je het gedeelte over "Batterij
opladen/onderhoud" doorlezen.
A. Het plaatsen van de 4 AA
alkalinebatterijen:
1. Draai het veerslotje van het batterijklepje open en
open het batterijklepje.
2. Maak met een schroevendraaier (niet inbe-
grepen) het batterijklepje in de motorfiets open.
3. Plaats 4 AA alkalinebatterijen in de
batterijhouder; let daarbij op de plus- en minpool
(zie binnenkant batterijhouder).
4. Zet het batterijklepje weer op z'n plaats en draai
de schroef vast.
B. Het plaatsen van de 7,2V NiCd-batterijset:
1. Steek de opgeladen batterijset in de
batterijhouder zoals afgebeeld.
2. Maak het draadcontact van de
batterijset vast aan het draadcontact van het
voertuig (zie afbeelding). Zorg ervoor dat de con-
tactjes goed verbinding maken.
3. Doe het batterijklepje dicht en
vergrendel het met het veerslotje.
* De 4 AA alkalinebatterijen gaan langer mee dan
de opgeladen 7,2V NiCd-batterijset. Wanneer de
motorfiets stopt, gaan de koplampen knipperen
en hoor je elke twee seconden een piepgeluid;
het is dan tijd om de 7,2V NiCd-batterijset
opnieuw op te laden. Wanneer je een dubbel
piepgeluid hoort, moet je de 4 AA alkalinebatteri-
jen vervangen.
C. HET PLAATSEN VAN DE BATTERIJEN IN DE
ZENDER
1. Open het batterijklepje zoals afgebeeld.
2. Plaats 4 AA batterijen met de plus
en min zoals afgebeeld in de batterijhouder.
3. Zet het batterijklepje weer op z'n plaats.
* Als het LED-lampje op de zender niet oplicht
wanneer de zender aan staat, moeten de zender-
batterijen vervangen worden. Plaats de nieuwe
batterijen zoals hierboven beschreven.
V. OPLADEN/ONDERHOUD
X WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de bij dit
speelgoed geleverde oplader. Gebruik geen
ander oplaadapparaat.
Gebruik uitsluitend Tyco R/C 7,2V NiCd-
4
3
2
1
batterijsets. Andere batterijen kunnen gaan lekken
of scheuren, met persoonlijk letsel en beschadigin-
gen tot gevolg.
1. Steek de wandoplader in een standaard stopcon-
1
2
3
4
tact.
2. Maak het snoer van de batterijset vast aan de
batterijoplader. Zorg ervoor dat de
batterijset goed vastzit in de oplader.
3. Om de snoertjes los te maken op het
klemmetje drukken en uit elkaar trekken.
4. Na het opladen zal de batterijset warm
aanvoelen. Dit is normaal bij volledig
opgeladen batterijen.
5. Nieuwe batterijsets moeten de eerste twee keer 5
met een volledig opge laden batterij.
_ uur lang worden opladen. Voor de volgende
2. De looptijd van je voertuig is afhankelijk van je
keren is 4 uur voldoende. Als je de batterijset
rijstijl.
langer dan 5 _ uur oplaadt, heeft dat geen effect.
3. Storing, waardoor je voertuig slecht gaat rijden,
Voor een volledig opgeladen batterijset volstaat 5
kan worden veroorzaakt door een ander voertuig
_ uur.
met een afstandsbediening die op dezelfde fre-
6. Anders dan bij alkalinebatterijen, die
quentie werkt; ook door elektriciteitsdraden,
geleidelijk vermogen verliezen, zal een NiCd
hoge gebouwen, zendapparatuur of
(nikkelcadmium) batterij gewoon blijven werken
andere draadloze apparatuur.
en dan in één keer bijna al zijn vermogen ver-
Indien mogelijk hierbij uit de buurt blijven.
liezen. Dan is het tijd om de batterijset opnieuw
4. Richt de antenne van de zender omhoog - niet
op te laden.
omlaag naar het voertuig. Ook als je voertuig te
7. Na gebruik zal de batterijset heet
ver van de zender vandaan komt, werkt het min-
aanvoelen! Wacht ten minste 20 minuten totdat
der goed.
de batterijset is afgekoeld voordat je hem weer
5. Rijd niet met je voertuig in zand of door water en
gaat opladen. Het opladen van een warme of
sneeuw. Als je voertuig toch nat wordt, veeg het
hete batterijset zal het aantal keren dat de bat-
dan droog met een doek en laat het volledig dro-
terijset kan worden opgeladen, aanzienlijk ver-
gen.
minderen.
6. Je voertuig niet opbergen bij een
warmtebron of in rechtstreeks zonlicht. Altijd de
INFORMATIE OPLAADBARE BATTERIJ:
schakelaars UIT zetten en alle batterijen voor het
opbergen verwijderen.
• EEN BATTERIJSET DIE WARM IS, NIET OPLADEN.
LAAT DE SET EERST
VII. CONSUMENTENINFORMATIE
AFKOELEN VOORDAT JE HEM OPLAADT.
• EEN BATTERIJSET DIE VERSCHI
Voor de volwassenen. Neem samen met uw kind de
JNSELEN VAN LEKKAGE OF ROESTVORMING VER-
gebruiksaanwijzing en de veiligheidstips door, zodat
TOONT, NIET OPLADEN.
uw kind veilig en met plezier met dit speelgoed kan
• DE BATTERIJSET NIET UIT ELKAAR HALEN. DE
spelen.
BATTERIJSET IS EEN VERZEGELDE OPLAADBARE
VEILIGHEIDSTIPS
NIKKELCADMIUMBATTERIJ.
• VOORZICHTIG ZIJN BIJ HET WERKEN MET EEN
• NOOIT mee op straat spelen! Daar rijden
WARME BATTERIJSET.
de echte auto's.
• ALS DE BATTERIJSET EN/OF DE
• Voertuig NIET oppakken wanneer het
OPLADER NAT ZIJN, ZE EERST GRONDIG LATEN
nog rijdt.
DROGEN.
• Houd vingers, haar en losse kleding uit de buurt
• NIET-OPLAADBARE BATTERIJEN NIET OPLADEN.
van de banden en de wielnaven
wanneer het voertuig is ingeschakeld.
VOOR DE OUDERS:
• Voor het opladen de oplaadbare batterijen verwi-
X WAARSCHUWING: Om verstrikking te voorkomen
jderen. De batterijoplader mag uitsluitend onder
het haar uit de buurt van de wielen houden.
toezicht van een volwassene worden gebruikt.
• Controleer het draad, de stekker, het omhulsel en
• Als er met het speelgoed wordt gespeeld, advis-
andere onderdelen regelmatig op beschadigingen.
eren wij toezicht van een volwassene.
Als er iets is beschadigd, mag het speelgoed niet
• Om te voorkomen dat het product per ongeluk
met de transformator worden gebruikt zolang de
wordt gestart, alle batterijen verwijderen wanneer
schade niet hersteld is.
het product niet wordt gebruikt. Zet het voertuig
• Dit speelgoed is niet bestemd voor kinderen onder
altijd UIT voordat u de batterijen verwijdert.
3 jaar. De batterijoplader is geen speelgoed.
• Controleer de antenne regelmatig op scheurtjes of
breuken. De antenne van de zender NIET buigen
DIT VOERTUIG MAAKT GEBRUIK VAN EEN
als hij is uitgeschoven. De zender NIET gebruiken
OPLAADBARE NIKKELCADMIUM BATTERIJSET.
als de antenne gebroken is.
MOET WORDEN GERECYCLED OF OP DE JUISTE
MANIER WORDEN VERWERKT.ALS ER VRAGEN
BATTERIJ-INFORMATIE
ZIJN OVER DE JUISTE VERWERKING VAN BATTERI-
JEN, KUNT U CONTACT OPNEMEN MET DE
In uitzonderlijke gevallen kan uit batterijen vloeistof
MILIEUDIENST.
lekken die brandwonden kan veroorzaken of het
speelgoed (product) kapot kan maken. Om batteri-
; VI. TIPS
jlekkage te voorkomen:
1. Wanneer je voertuig vermogen begint te ver-
• Niet-oplaadbare batterijen mogen niet
liezen, kunnen er functies verloren gaan of rijdt
opgeladen worden.
het niet meer optimaal. De beste stunts voer je uit
• Oplaadbare batterijen uit het
PROBLEEM - OPLOSSINGEN
SYMPTOOM
MOGELIJKE OORZAAK
Voertuig rijdt langzaam of helemaal niet.
• Batterij zit los of schakelaar staat niet op AAN.
• Zwakke of niet opgeladen oplaadbare bat-
terij.
• Zwakke batterij in zender.
Korte levensduur van batterij.
• Batterij niet volledig opgeladen.
Auto rijdt met horten en stoten of alleen op
• Waarschijnlijk elektrische storing.
korte afstand.
Voertuig werkt niet nadat het door water of
• Water in de elektronica.
sneeuw heeft gereden.
15
o
speelgoed verwijderen voordat ze
worden opgeladen (als ze eruit
gehaald kunnen worden).
• Als er uitneembare oplaadbare batterijen worden
gebruikt, mogen die alleen ondertoezicht van een
volwassene worden opgeladen.
• Nooit alkaline-, standaard (koolstof-zink) of oplaad-
bare (nikkel-cadmium) batterijen bij elkaar gebruiken.
• Nooit oude en nieuwe batterijen bij elkaar gebruiken.
• Gebruik uitsluitend dezelfde - of hetzelfde type - bat-
terijen als wordt aanbevolen.
• Plaats de batterijen zoals aangegeven in de batteri-
jhouder (let op de plus- en minpolen).
• Lege batterijen uit het speelgoed verwijderen.
• Zorg ervoor dat er geen kortsluiting bij de
batterijpolen ontstaat.
• Batterij(en) inleveren als KCA.
• Dit speelgoed niet in het vuur gooien.
De batterijen in het speelgoed kunnen dan
ontploffen of gaan lekken.
Batterijprestaties:
De beste prestaties krijg je met
normale of high-performance
alkalinebatterijen (als het om
niet-oplaadbare batterijen gaat). Als dit
product is uitgerust met standaard
(koolstof-zink) batterijen (voor het eerste gebruik
en/of om te laten zien hoe
het werkt), adviseren wij om deze
batterijen te zijner tijd te vervangen door
alkalinebatterijen. De levensduur van een
batterij is afhankelijk van het merk.
X WAARSCHUWING! Alleen kinderen ouder dan 7
jaar mogen de batterijoplader gebruiken. De bat-
terijoplader is geen speelgoed en mag uitsluitend
onder toezicht van een volwassene worden
gebruikt.
OPLOSSING
• Controleer of de batterijen contact maken
en kijk of de schakelaar goed staat.
• Batterij opladen of vervangen.
• Vervangen door een nieuwe alkalinebatterij.
• De batterijset opladen. Voor een maximale
looptijd moet je ervoor zorgen dat je batteri-
jset volledig is opgeladen.
• Ga ergens anders spelen (zie punt 2 – Tips)
• Voertuig moet een paar uur drogen. Laat de
auto 's nachts drogen voordat je het weer
probeert. Speel met je auto op een plek
waar het droog is. Vermijd het rijden door
water en sneeuw.