AFSPELEN VAN EEN BRON
Een DSP-programma kiezen
U kunt uw luisterervaring uitbreiden door een DSP-
programma te kiezen. Zie
"GELUIDSVELDPROGRAMMA" voor bijzonderheden
over de verschillende programma's.
y
• Zorg ervoor dat het geluidseffect is ingeschakeld (zie blz. 25).
I Op de afstandsbediening
1
1
Druk op de component-
keuzetoets AMP(TUNER).
2
Druk het benodigde aantal
keren op PRG+ of PRG–
om het gewenste
programma te kiezen.
De naam van het gekozen DSP-
programma wordt kortstondig
op het display afgebeeld en de
gekozen DSP-programma-
indicator gaat op het display
branden.
MOVIE THEATER 1
DIGITAL
DSP
Naam van DSP-programma
24
2
BASS EXT.
I Op het voorpaneel
D I G I T A L
STANDBY
SURROUND
/ON
BASS
TREBLE
BALANCE
SPEAKERS
A
B
PROGRAM
–
+
–
+
L
R
ON
OFF
PHONES
SILENT
PROGRAM
Druk het benodigde aantal
keren op PROGRAM l of
h om het gewenste
programma te kiezen.
De naam van het gekozen DSP-
programma wordt kortstondig
op het display afgebeeld en de
gekozen DSP-programma-
indicator gaat op het display
branden.
MOVIE THEATER 1
DIGITAL
DSP
Naam van DSP-programma
y
• Desgewenst kunt u ook de vertragingstijd en het uitgangsniveau
van de verschillende luidsprekers afstellen. (Zie
"VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER-
UITGANGSNIVEAUS" op bladzijde 40 voor bijzonderheden.)
Opmerkingen
• Kies een DSP-programma aan de hand van uw luistervoorkeuren
en niet aan de hand van de naam van het programma. De
akoestiek van uw luistervertrek heeft invloed op het DSP-
programma. Voorkom geluidsweerkaatsing in het vertrek zo veel
mogelijk om een zo groot mogelijk effect van het programma te
verkrijgen.
• Nadat u een ingangsbron hebt gekozen, zal dit apparaat
automatisch het laatste DSP-programma instellen dat met die
ingangsbron werd gebruikt.
• Wanneer u dit apparaat in de stand-bystand zet, onthoudt het
apparaat de ingangsbron en het DSP-programma die het laatst
werden gebruikt en stelt deze opnieuw in nadat u het apparaat
weer hebt ingeschakeld.
• Als een Dolby Digital- of een DTS-signaal wordt ingevoerd
terwijl de ingangsfunctie op AUTO is ingesteld, zal het DSP-
programma automatisch overschakelen naar het toepasselijke
decodeerprogramma.
• Wanneer een monobron wordt weergegeven met PRO LOGIC/
NORMAL of PRO LOGIC/ENHANCED, zullen de
hoofdluidsprekers en de achterluidsprekers geen geluid
voortbrengen. Het geluid wordt alleen voortgebracht door de
middenluidspreker. Als echter "CENTER SP" op het
INSTELMENU is ingesteld op NON, wordt het geluid van het
middenkanaal voortgebracht door de hoofdluidsprekers.
• Wanneer een ingangsbron wordt gekozen die is aangesloten op de
6CH INPUT-aansluitingen van dit apparaat, kan de digitale
geluidsveldprocessor niet worden gebruikt.
• Wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevoerd
in dit apparaat, kan het DSP-programma niet worden gekozen. In
dit geval zal het geluid als normaal 2-kanalen stereogeluid worden
weergegeven.
D I G I T A L
RDS MODE/FREQ
EON
PTY SEEK
MODE
START
INPUT MODE
PRESET
/TUNING
FM/AM
EFFECT
PRESET/TUNING
A/B/C/D/E
EDIT
TUNING
MEMORY
MODE
MAN'L/AUTO FM AUTO/MAN'L MONO
S VIDEO
VIDEO
L AUDIO R
OPTICAL
VIDEO AUX
/
PROGRAM
BASS EXT.
VOLUME
6CH INPUT
INPUT