Videorecorder
TOETSAANDUIDING
FUNCTIE
01
In- en uitschakelen.
12qs
Het programma
1 – 9, 0, ENT,
wijzigen. Als u
-, 1 –, 2 –
bijvoorbeeld naar
programma 5 wilt gaan,
drukt u op 0 en 5 (of op
5 en ENT).
qg/
Het schermdisplay
(DISPLAY)
weergeven.
qat
De antenne-uitvoer
(ANT/SW)
wijzigen.
qdANALOG
De ingangsmodus
(INPUT
wijzigen.
SELECT)
qjMENU
Het scherm MENU
openen.
qk V
De cursor naar boven
verplaatsen.
qk v
De cursor naar beneden
verplaatsen.
qk b
De cursor naar rechts
verplaatsen.
qk B
De cursor naar links
verplaatsen.
qk OK
Het geselecteerde item
in het scherm MENU
invoeren.
9m
Terugspoelen.
9N
Afspelen.
9M
Snel vooruitspoelen.
9REC z
Houd REC z* ingedrukt
en druk op N om op te
nemen. Laat eerst N los
en laat vervolgens REC
z los.
9x
Stoppen.
9X
Pauzeren.
qfPROGRAM
Programma met een
+/–
hoger nummer: +
Programma met een
lager nummer: –
8RETURN
De modus uitschakelen.
* De toets REC z werkt niet alleen om
te voorkomen dat er per ongeluk
wordt opgenomen.
Kabeldoos
TOETSAANDUIDING
FUNCTIE
01
In- en uitschakelen.
1qs
Het programma
1 – 9, 0, ENT
wijzigen. Als u
bijvoorbeeld naar
programma 5 wilt gaan,
drukt u op 0 en 5 (of op
5 en ENT).
qfPROGRAM
Programma met een
+/–
hoger nummer: +
Programma met een
lager nummer: –
qh
De functie JUMP,
FLASHBACK of
CHANNEL RETURN
bedienen.
Wordt vervolgd
NL
41