tingwiel (6) als richtlijn voor het uitlijnen
van de zaagketting (26).
Looprichting van de
zaagketting
5. Plaats het zwaard (5) op de zwaardgelei-
ding (24) en duw het tegen het ketting-
wiel (26).
6. Rijg de zaagketting (6) over het ketting-
wiel (26).
7. Plaats de zaagketting (6) boven op het
zwaard (5) in de zwaardgroef. Begin bij
het kettingwiel (26). Het is normaal dat de
zaagketting (6) doorhangt.
8. Trek het zwaard (5) naar voren, om span-
ning op de zaagketting (6) te brengen.
9. Zet het kettingwieldeksel (9) op. Steek
hiervoor eerst de nok (29) op de tand-
wielafdekking in de daarvoor bestem-
de houder op het apparaat. Zorg ervoor
dat de vleugelmoer (7) in de houder (25)
grijpt.
Controleer of de nok van de klemplaat
(27) in de houder van de spanworm-
schroef (28) zit.
10. Draai de vleugelmoer (7) iets aan. Het
draaiwiel voor de kettingspanning (8)
moet nog kunnen draaien.
11. Zaagketting spannen: Draai aan het
draaiwiel voor de kettingspanning (8) ⭮.
12. Draai de vleugelmoer (7) ⭮ vast.
VOORZICHTIG! Kettingzaag kan op-
nieuw worden ingeolied. Houd er rekening
mee dat de kettingzaag na gebruik olie nodig
heeft en dat er olie kan lekken als deze op
de zijkant of ondersteboven wordt bewaard.
Dit is een gevolg van de noodzakelijke ven-
tilatieopening aan de bovenste rand van het
reservoir. Het is dus normaal en vormt geen
grond voor een claim. Omdat elke ketting-
zaag tijdens de productie met olie wordt ge-
controleerd en getest, kan er ondanks het le-
gen een klein restje in de tank achterblijven,
waardoor de behuizing tijdens het transport
gemakkelijk met olie besmeurd kan raken.
Reinig de behuizing met een doek.
Nieuwe zaagketting laten inlopen
Bij een nieuwe zaagketting neemt de span-
kracht na verloop van tijd af. Daarom moet u
de zaagketting na de eerste 5 zaagsneden,
of uiterlijk na 10 minuten zagen, naspannen
(Zaagketting spannen, Pag. 86).
WAARSCHUWING! Gevaar voor verwon-
dingen! Bevestig een nieuwe zaagketting
nooit op een afgesleten kettingwiel of op een
beschadigd of versleten zwaard. De zaagket-
ting kan losraken of breken.
Kettingspanning instellen
Het instellen van de kettingspanning is in het
hoofdstuk Zaagketting spannen, Pag. 86
beschreven.
Zwaard onderhouden
WAARSCHUWING! Snijwonden! Draag
snijbestendige handschoenen bij het hante-
ren van de zaagketting of het zwaard.
Benodigde gereedschappen en hulpmid-
delen
• Vlakke vijl
Procedure
1. Zaagketting en zwaard demonteren,
Pag. 92
2. Controleer het zwaard (5) op slijtage.
3. Verwijder bramen en maak de geleidings-
vlakken weer recht met een vlakke vijl.
4. Reinig de oliedoorvoer (23) om een sto-
ringsvrije, automatische smering van de
zaagketting tijdens bedrijf te garanderen.
5. Zaagketting en zwaard monteren,
Pag. 92
AANWIJZING! Als de oliedoorgang in opti-
male conditie is, spuit de zaagketting auto-
matisch wat olie weg enkele seconden nadat
de kettingzaag is gestart.
Aanslagtand vervangen
1. Zaagketting en zwaard demonteren,
Pag. 92
2. Los de schroeven aan de aanslagtand
(14) en verwijder deze.
3. Vervang de aanslagtand (14).
4. Draai de schroeven aan de aanslagtand
(14) vast.
5. Zaagketting en zwaard monteren,
Pag. 92
Zwaard omdraaien
VOORZICHTIG! Snijwonden! Draag snij-
bestendige handschoenen bij het hanteren
van de zaagketting of het zwaard.
Instructies
• Het zwaard (5) moet elke 10 werkuren
worden omgedraaid om een gelijkmatig
slijtage te waarborgen.
NL
BE
93