Veiligheidsinstructies voor de bediening
■
Ga voor het gebruik van de heggenschaar na
dat de vergrendelingsvoorzieningen van be-
wegende delen (bijv. van een verlengde
schacht of een zwenkelement) vastgezet zijn.
■
Beweeg en vervoer het apparaat zo dat men-
sen en dieren het snijblad niet kunnen aanra-
ken. Schuif voor het begin van het vervoer de
veiligheidsafdekking over het snijblad.
■
Houd tijdens het werk de te snoeien twijgen
niet vast.
■
Schakel het apparaat uit en wacht tot het
mes tot stilstand is gekomen alvorens ge-
blokkeerde twijgen te verwijderen.
■
Verwijder de accu uit het apparaat en schuif
de veiligheidsafdekking over het snijblad bij:
■
Test-, afstel- en reinigingswerkzaamhe-
den
■
Werken aan het snijblad
■
Het achterlaten van het apparaat
■
Transport
■
Opslag
■
Onderhouds- en reparatiewerkzaamhe-
den
■
Gevaar
4.1
Gebruiker
■
Personen van jonger dan 16 jaar en perso-
nen die de gebruikershandleiding niet heb-
ben gelezen, mogen het apparaat niet ge-
bruiken. Neem eventueel van toepassing
zijnde nationale veiligheidsvoorschriften om-
trent de minimum leeftijd van de gebruiker in
acht.
■
Gebruik het apparaat niet wanneer u moe of
ziek bent of onder invloed bent van drugs, al-
cohol of medicijnen.
4.2
Persoonlijke beschermingsmiddelen
■
Om letsel aan hoofd en ledematen evenals
gehoorschade te voorkomen, moet verplicht
beschermende kleding en uitrusting worden
gedragen.
■
De persoonlijke beschermingsmiddelen be-
staan uit:
■
Veiligheidshelm, veiligheidsbril en adem-
halingstoestel
■
lange broek en stevige schoenen
■
bij onderhoud en verzorging: veiligheids-
handschoenen
4.3
Veiligheid op de werkplek
■
Werk enkel bij daglicht of bij sterk kunstlicht.
442341_e
■
Verwijder vóór de werkzaamheden gevaarlij-
ke voorwerpen uit het werkgebied, bijv. tak-
ken, glazen en metalen voorwerpen, stenen.
■
Let daarbij op uw stabiliteit.
4.4
Veiligheid van personen en dieren
■
Gebruik de machine alleen voor werkzaam-
heden waarvoor het is bedoeld. Niet-regle-
mentair gebruik kan letsel en materiële scha-
de veroorzaken.
■
Schakel het apparaat alleen in als er geen
personen of dieren in het werkgebied aanwe-
zig zijn.
■
Houd handen en voeten of andere lichaams-
delen uit de buurt van draaiende onderdelen
(bijv. zaagketting, snijwerk).
■
Onderdelen van het apparaat, zoals snijge-
reedschap, kunnen tijdens het gebruik sterk
opwarmen. Raak ze niet aan. Wacht na het
uitschakelen tot ze afgekoeld zijn.
4.5
Veiligheid van het apparaat
■
Gebruik het apparaat alleen onder de volgen-
de voorwaarden:
■
Het apparaat is niet vervuild.
■
Het apparaat vertoont geen beschadigin-
gen.
■
Alle bedieningselementen werken.
■
Houd alle apparaatgrepen droog en schoon.
■
Overbelast het apparaat niet. Het is voor lich-
te particuliere werkzaamheden bedoeld.
Overbelasting leidt tot beschadiging van het
apparaat.
■
Gebruik het apparaat nooit met versleten of
defecte onderdelen. Vervang defecte onder-
delen altijd door originele reserve-onderdelen
van de fabrikant. Wanneer het apparaat met
versleten of defecte onderdelen wordt ge-
bruikt, kan tegenover de fabrikant geen aan-
spraak op garantie worden gemaakt.
4.6
Elektrische veiligheid
■
Ter voorkoming van kortsluitingen en vernie-
ling van de elektrische onderdelen:
■
Bescherm het apparaat tegen vocht en
gebruik het niet bij regen.
■
Spuit het apparaat niet met water af.
■
Open het apparaat niet.
OPMERKING Neem de veiligheidsinstruc-
ties voor de accu en de oplader in de afzonderlij-
ke handleidingen in acht.
35