12. Instelmogelijkheden op het voertuig
Als u vertrouwd bent met de rijeigenschappen van het modelvoertuig, kunt u het rijgedrag van het voertuig optimaliseren.
De nadere toelichting van het verband tussen de setup instellingen van het chassis en het rijgedrag is evenwel zeer
complex en zou het kader van deze handleiding te buiten gaan. Wij bespreken daarom alleen de ter beschikking
staande instelmogelijkheden.
Voor meer informatie verwijzen wij u naar de betreffende vaktijdschriften en vakboeken die over dit onderwerp zijn
verschenen.
a) Vooras
• De schokdempers kunnen aan de bovenste (A) en de onderste (B) opnamepunten op verschillende plaatsen wor-
den gemonteerd.
• De schokdemper zelf kan door het tussenvoegen van clips (bij levering inbegrepen) in de demping worden versteld
(C) resp. de veerweg kan worden begrensd.
• De wielvlucht kan worden gewijzigd door de instelling aan de bovenste (D) of onderste (E) draagarm te veranderen
(zeskantsleutel nodig).
• De spoorstangen (F) voor de stuurstang dienen voor het instellen van een voor- of achterspoor.
A
C
B
F
D
E
95