MODIEUZE
PATRONEN
INSTELLINGEN
:
. Spanningsregelaar - AUTO
Deze kunnen worden gebruiktvoor het naaien van enkelvoudige
en doorlopende
patronen.
KNOPEN
AANNAAIEN
INSTELLINGEN
: voetje - Standardvoet
Transportschakelaar
Stof en knoop onder het voetje leggen. Voetje laten zakken.
Handwiel draaien en erop letten dat de naald in het linker en
rechter gat van de knoop insteekt.
steekbreedte opnieuw bij te stellen. Naai ongeveer 10 steken.
Voor het aannaaien van knopen met draadsteel
rechte pen of naaimachinenaald
gaten in en naai over de pen of naald heen.
Tip: door trekken en vastknopen
aan de onderkant
van de Stof kunt u de naad borgen.
- Cordonvoet
-
U dient eventueel
plaats een
bovenop de knoop tussen de
van de beide draden
SONDERMUSTER
EINSTELLUNGEN
Die Sondermuster
Muster genäht werden.
KNOPF ANNÄHEN
EINSTELLUNGEN
Stoff und Knopf unter den Nåhfuß legen. Nähfuß absenken.
Handrad
drehen
und prüfen,
de
Knopflochbohrungen
Stichbreite
einstellen.
IJm einen Knopf mit Stiel anzunähen,
Nähmaschinennadel zwischen die Knopfbohrungen legen und
über
der Stecknadel
Tipp: Durch Ziehen und Verknoten der beiden Fäden an
der
Stoffunterseite
:
- Raupenfuß
• Oberfadenspannung
können
als Einzelmuster
Oder als Endlos-
:
- Standardfuß
• Transport-Schalter
-
dass die Nadel
sauber einsticht.
Falls erforderlich,
Etwa 10 Stiche
nähen.
eine gerade Steck- Oder
nähen.
können
Sie die Naht
sichern.
- AUTO
in beide
67