5 Gebruik
5.1 Meting
5.1.1 Drukmeting
Om een drukmeting uit te voeren gaat u als volgt te werk:
Druk op „P/V/F" om naar de drukmodus („PRESS") te gaan. Druk op "Unit▼" om de
1.
eenheid te selecteren. U heeft de keuze uit vijf eenheden: PSI, mbar, Pa, inH20,
mmH20.
Sluit één van de aansluitslangen aan op de „Input (+)" aansluiting en laat de andere
2.
aansluiting („Ref (-)") open (zie afb. hieronder).
3.
Verzeker u ervan dat het open uiteinde van de slang dezelfde omgevingscondities
heeft als de open „Ref (-)" aansluiting en houd de „Hold/Zero" toets 2 sec. ingedrukt,
om het display op nul te zetten.
4.
Plaats nu het open uiteinde van de slang in het meetbereik.
5.
Het apparaat geeft nu op de hoofdweergave het drukverschil of de differentiaaldruk
tussen de referentie-opening („Ref(-)" aansluiting) en het open uiteinde van de slang
weer. Is de druk aan het open uiteinde van de slang hoger dan de druk aan de
referentie-opening, dan wordt een positieve waarde weergegeven. Is deze lager, dan
wordt een negatieve waarde weergegeven. Er kan een drukverschil van max. 5000
Pa gemeten worden.
© PCE Instruments
42