RRC91-01
2.
Veiligheidsuitrusting
Zorg ervoor dat het personeel gebruik maakt van:
• Oogbescherming, een bril of een masker.
• Oorbescherming.
• Handschoenen.
• Schoenen met stalen neuzen.
• Beschermende kleding, zoals een leren schort.
• een helm (voor zwaardere toepassingen).
• Zorg ervoor dat er geen loszittende kleding, haar of
sieraden zijn (deze kunnen beklemd raken).
3.
Werkgebied
• Houd anderen uit de buurt van de ruimte waarin u werkt,
om te voorkomen dat zij lichamelijk letsel oplopen.
• Personen in de werkomgeving moeten oor- en
oogbescherming dragen.
• Controleer of de werkruimte is voorzien van een goede
ventilatie en stofafzuiging.
• Zorg voor een plaats of een standaard waarop de machine
veilig kan worden neergezet.
• Werk in een afgeschermde ruimte, zo mogelijk afgeschei-
den door wanden.
• Creëer geen vonken in een explosieve atmosfeer - ge-
bruik accessoires van materiaal dat geen vonken
genereert.
• Voorkom beitelen in elektrische bedrading in wanden.
© Atlas Copco Industrial Technique AB - 9834 4826 00
Tijdens het werk
• Koppel het gereedschap af van de luchttoevoer voordat u
accessoires wisselt, beitelt of stanst.
• Staak het gebruik van het gereedschap indien u tijdens het
gebruik abnormaal harde geluiden of trillingen
waarneemt.
• Wees erop bedacht dat de bijtel gedurende het gebruik
kan breken.
• Activeer een hamer uitsluitend als deze tegen een project
waaraan u werkt wordt gehouden.
• Gebruik trillingsdempende gereedschappen, indien aan-
wezig.
• Verkort de blootstelling aan trillingen, vooral als de beitel
met de hand wordt geleid.
Als het werk voltooid is
• Koppel het gereedschap af van de luchttoevoer wanneer
het werk voltooid is.
• Leg het gereedschap pas neer als het uitgeschakeld en
volledig gestopt is.
• Leg het gereedschap voorzichtig neer, zodat het niet
vanzelf kan inschakelen.
• Verwijderd de beitel, stans of pons wanneer het werk
voltooid is
Service en onderhoud
Algemene veiligheidsregels m.b.t. service en
onderhoud
Onderhoud
Safety Information
33