Bewegende geleiders moeten op een geschikt aanslagpunt (minimale
belastbaarheid van 12 kN, bijv. conform EN 795, DIBt, ANSI,...)
worden bevestigd. Dit punt moet boven de gebruiker worden
geplaatst om de valstopafstand laag te houden. De meelopende
valbeveiliger loopt bij het klimmen en afdalen automatisch met de lijn
mee. Bij een horizontaal gebruik moet het opvangapparaat met de
hand worden meegevoerd om een lengteverstelling uit te kunnen
voeren. Om het per ongeluk eruit lopen van het opvangapparaat uit
de geleider te voorkomen, moet de eindborging (knoop of
doorgestikt aan het eind) in orde en aanwezig zijn.
In het geval van een val blokkeert het opvangapparaat op de lijn. Bij
geleide valvangers met schokdemper wordt de valstopkracht via de
schokdemper (2.4) onder de maximaal toelaatbare 6 kN (EN)
gereduceerd.
De vereiste binnenwerkse hoogte (H
de volgende waarden en moet altijd in acht worden genomen om bij
een val een botsing met de grond te voorkomen (2.4, 2.5). Bij
werkzaamheden dicht bij de grond moet extra voorzichtigheid
worden betracht:
max. mogelijke valafstand:
+ hoogte van het valbeveilingsoog
t.o.v. sta-oppervlak:
+ rek van de lijn ɛ:
+ veiligheidsafstand:
= vereiste vrije hoogte
*
bij verticale toepassing (2.4)
** bij horizontale toepassing (2.5)
Uit oogpunt van veiligheid moet vóór het gebruik altijd een visuele
controle (3.1 - 3.5) en een controle van de werking worden
uitgevoerd. Hiervoor dient het valstopapparaat op de lijn naar boven
worden gebracht en snel naar onder worden getrokken.
Het apparaat moet naar boven soepel meelopen en naar onder
onmiddellijk blokkeren.
Voor het gebruik de karabijnhaak van de bewegende geleider aan
een geschikt aanslagpunt bevestigen. Bevestig de karabijnhaak aan
het verbindingsmiddel / de valdemper van de meelopende
valbeveiliger aan een met "A" gemarkeerde opvangoog van het
veiligheidsharnas (EN 361). Wij adviseren het voorste opvangoog te
gebruiken. Slappe lijn voorkomen (met name bij de eerste klimmeters
in de gaten houden, totdat een toereikend lijngewicht aanwezig is om
de lijn zelfstandig op de grond te houden) en waarborgen dat er
altijd voldoende vrije ruimte onder de gebruiker aanwezig is om het
op de grond of op een onderdeel neerkomen tijdens een val uit te
sluiten (2.4, 2.5).
) wordt berekend op basis van
Li
2x ℓ +1 m* / 2x ℓ +2,3 m**
x m
max. 5%
1 m
H
in m
Li
45