7 Combimotor samenbouwen
2
4
1
► Netstekker (6) in een goed bereikbare contact‐
doos (7) aansluiten.
De acculader (3) voert een zelftest uit. De
led (4) brandt ca. 1 seconde lang groen en
ca. 1 seconde lang rood.
► Aansluitkabel (5) aanbrengen.
► Accu (2) in de geleidingen van de accula‐
der (3) plaatsen en tot aan de aanslag hierop
drukken.
De led (4) brandt groen. De leds (1) branden
groen en de accu (2) wordt geladen.
► Als de led (4) en de leds (1) op de accu niet
meer branden: de accu (2) is volledig geladen
kan uit de acculader (3) worden genomen.
► Als de acculader (3) niet meer wordt gebruikt:
de netstekker (6) uit de contactdoos (7) trek‐
ken.
6.2
Laadtoestand weergeven
1
► Druktoets (1) indrukken.
De leds branden ca. 5 seconden lang groen
en geven de laadtoestand weer.
► Als de rechterled groen knippert: accu laden.
6.3
Leds op de accu
De leds kunnen de laadtoestand van de accu of
storingen aangeven. De leds kunnen groen of
rood branden of knipperen.
Als de leds groen branden of knipperen, wordt
de laadtoestand weergegeven.
► Als de leds rood branden of knipperen: storin‐
gen verhelpen,
18.1.
Er is een storing in de combimotor of accu.
0458-030-9601-A
3
7
6
5
80-100%
60-80%
40-60%
20-40%
0-20%
6.4
Led op acculader
De led geeft de status van de acculader weer.
Als de led groen brandt, wordt de accu geladen.
► Als de led rood knippert: storingen opheffen.
In de acculader zit een storing.
7
Combimotor samenbou‐
wen
7.1
Beugelhandgreep monteren
► Combimotor uitschakelen en de accu eruit
nemen.
1
9
4
8
7
► Pen (8) in de opening van de snelspanner (5)
aanbrengen.
Pen (8) zodanig uitlijnen dat de inkeping van
de pen onderaan zit.
► Klembeugel (3) zodanig in de beugelhand‐
greep plaatsen, dat de gaten op één lijn lig‐
gen.
► Beugelhandgreep (2) samen met de klembeu‐
gel (3) op de steel (9) plaatsen.
► Lange bout (7) door de gaten in de pen en in
de snelspanner (5) aanbrengen.
► Klembeugel (4) tegen de steel drukken en zo
uitlijnen dat de gaten op één lijn liggen.
► Korte bout (6) door de gaten steken.
► Lange bout (7) door de gaten steken.
► Kartelmoeren (1) opdraaien.
► Snelspanner (5) inklappen.
Als de beugelhandgreep (2) niet meer kan wor‐
den verschoven, is de beugelhandgreep vast
ingesteld.
► Als de beugelhandgreep (2) kan worden ver‐
schoven:
► Snelspanner (5) opklappen.
► Kartelmoeren (1) aanhalen.
► Snelspanner (5) inklappen.
De beugelhandgreep (2) kan niet meer wor‐
den verschoven.
Nederlands
2
3
5
6
59