Flitser
Een flitsfunctie kiezen
Normaliter gaat de flitser in een donkere omgeving automatisch af. U kunt desgewenst de
flitsfunctie wijzigen.
Druk op de -toets (Flitser) en houd deze ingedrukt en draai de hoofdinsteldraaiknop om de
gewenste functie te kiezen.
(Autom.)
(Automatisch met
vermindering van het rode-
ogeneffect)
(Altijd flitsen)
(Altijd flitsen met
vermindering van het rode-
ogeneffect)
(Langzame synchro)
(Langzame synchro
met vermindering van het
rode-ogeneffect)
(Niet flitsen)
• Merk op dat het venster van de flitser heet kan worden nadat er een paar keer achter elkaar geflitst is.
• De aanbevolen afstand voor gebruik van flitslicht is, vanaf het
0,5 meter tot 8,5 meter (W)/0,4 meter tot 5,0 meter (T) (als ISO in de stand [AUTO] staat).
• Het flitslicht kan belemmerd worden als de bijgeleverde lenskap of de los verkrijgbare lensadapterring
bevestigd is.
• Omdat de sluitertijd in een donkere omgeving langer is, wordt bij gebruik van
(Langzame synchro met vermindering van het rode-ogeneffect) of
een statief te gebruiken.
• Het
/CHG-lampje knippert als de flitser wordt opgeladen. Na het opladen gaat het lampje uit.
• U kunt de lichtsterkte van de flits veranderen met behulp van [Flitsniveau] in het instelmenu (blz. 65).
-toets
Hoofdinsteldraaiknop
+
De flitser gaat af als het donker is of bij tegenlicht.
• In de automatische programmafunctie gaat de flitser niet af,
zelfs niet als het onderwerp van achteren belicht wordt.
Vermindert het rode-ogeneffect in de stand automatisch.
De flitser gaat af, ongeacht het licht in de omgeving.
Vermindert het rode-ogeneffect in de stand altijd flitsen.
Op donkere plaatsen is de sluitertijd lang om de achtergrond
die buiten het bereik van het flitslicht valt toch helder op te
nemen.
Vermindert het rode-ogeneffect in de stand langzame
synchro.
De flitser gaat niet af.
P
S
A
M
A A
SL
(
: standaardinstelling)
beginpunt van de afstandsmeting,
(Langzame synchro),
(Niet flitsen) aangeraden om
SL
NL
51