1.6
Mechanische controle
Controleer voor iedere ingebruikname de volgende punten:
• De machine én de trekker op bedrijfs- en verkeersveiligheid
•
Of alle bouten en moeren voldoende vast zitten. Indien nodig opnieuw vastdraaien.
• Het oliepeil van de tandwielkast (zie hoofdstuk 1.8)
• De V-snaarspanning (zie hoofdstuk 1.9)
• De staat van de klepels en de balans van de klepelas (zie hoofdstuk 1.10)
• De smeerpunten (zie hoofdstuk 1.11)
• Remmen ( zie hoofdstuk 1.12)
1.7
Rijsnelheid
Afhankelijk van de begroeiing, de bodem- en verdere werkomstandigheden wordt een rijsnelheid van 4 tot maximaal 8
km/uur aanbevolen.
1.8
Tandwielkast
Controleer voordat u de machine in gebruik neemt en daarna op regelmatige tijden (minimaal elke 50 bedrijfsuren) de
volgende punten:
-
Oliepeil:
Dit is correct wanneer de olie tot juist aan de onderste rand van het gat voor
de oliestand plug, aan de achterkant van de tandwielkast, staat (rode pijl).
Ontluchter:
-
De ontluchter mag niet verstopt zitten (groene pijl). Het bolle kapje moet
licht indrukbaar zijn. Eventueel schoonmaken door vanaf de "binnenkant"
door de ontluchter heen te blazen.
Ververs de olie na de eerste 50 bedrijfsuren en vervolgens elke 250 bedrijfsuren, doch minimaal éénmaal per seizoen.
Handel als volgt:
Laat de machine lopen totdat de olie warm is en verwijder de ontluchter. Verwijder daarna de aftap plug aan de
onderzijde van de tandwielkast en laat de oude olie eruit lopen.
*** De oude olie opvangen en milieu vriendelijk afvoeren***
Monteer de aftap plug en giet door het gat van de ontluchter ± 1½ liter dieselolie in het tandwielkast huis. Reinig het
inwendige van de tandwielkast door met de hand de V-snaarschijf flink rond te draaien.
Tap de vervuilde dieselolie af. Voor de dieselolie geldt hetzelfde als voor de oude olie:
***opvangen en milieu vriendelijk afvoeren***.
Monteer de aftapplug en vul de tandwielkast met tandwielkastolie EP-320 tot het aangegeven peil.
Opm.: Gun de olie de tijd om "door" de onderste lagers te zakken. Na ± ½ uur wachten het oliepeil opnieuw
controleren.
Zorg ervoor dat geen olie op de V-snaren komt. Bij morsen alles direct schoonmaken. Zo voorkomt slippen en onnodige
slijtage van de V-snaren.
Gebruik voor het bijvullen of vervangen de juiste olie, indien mogelijk Mobil EP 320 of een hieraan
gelijkwaardig Olie.
Viscositeit basis olie bij 40°C 320 Cst.
Temperatuursbereik -24°C tot 240°C
Goede EP eigenschappen
1.9
V-snaren
Een goede V-snaarspanning is zeer belangrijk en derhalve dient U deze na de eerste 2, 8 en 16 bedrijfsuren en voorts
periodiek (minimaal elke 50 bedrijfsuren) te controleren en indien nodig na te spannen.
Als algemene regel bij het bepalen van de juiste spanning geldt dat men de V-snaren niet meer dan een ¼ slag om hun
lengteas mag kunnen draaien.
15