Het wordt ten sterkste ontraden met deze machine ruwe terreinen te maaien. Zwerfstenen en andere zware en/of
•
massieve voorwerpen kunnen de machine ernstige schade toebrengen. Bovendien zal dit gevaarlijke situaties
oproepen. Men moet er daarom voor zorgen dat geen stenen en andere vaste voorwerpen onder de machine
geraken.
We willen u graag wijzen op: Schade door het niet opvolgen van deze instructies kan niet in aanmerking
•
komen voor garantieclaims. Als het garantieclaimformulier niet correct wordt voltooid en/of niet word(en)t
ondersteund met foto's en/of video's, kunnen garantieclaims afgewezen worden.
Ondanks alle genomen veiligheidsmaatregelen is het verboden dat zich behalve de
tractorbestuurder andere personen en/of dieren in de directe omgeving van een
werkende machine ophouden (veiligheidsafstand bedraagt circa 100m).
HOOFDREGEL
Voor iedere ingebruikname de machine én de tractor altijd op bedrijfs- en
verkeersveiligheid controleren.
1.2
Veiligheids- en ongevallenpreventiemaatregelen
In dit instructieboek zijn alle onderwerpen die betrekking hebben op uw veiligheid en/of die van
omstanders gekenmerkt met het hierboven staande teken.
Laat ook eventuele andere gebruikers van deze machine kennisnemen van deze instructies
De bestuurder mag de tractor nooit verlaten zonder eerst de aftakas en de tractor motor uit te schakelen
en de contactsleutel te verwijderen.
Deze machine mag alleen door personen bediend, gerepareerd worden die dit instructieboek
aandachtig gelezen hebben, bekend zijn met dit soort machines en die op de mogelijke gevaren
gewezen zijn. Algemene veiligheids- en ongevallenpreventiemaatregelen
1.2.1 Veiligheid- en ongeval preventiemaatregelen
1. Tijdens wegtransport en/of wanneer de weersomstandigheden dit noodzakelijk maken, moet de trekker en de
machine van de wettelijk voorgeschreven verlichting / markeringen worden voorzien.
2. Houdt niet alleen rekening met de in dit instructieboek genoemde veiligheidsvoorschriften maar houdt ook rekening
met de algemeen geldende verkeers- en veiligheidsvoorschriften.
3. Maak U vóór ingebruikname van de machine vertrouwd met alle onderdelen en functies van de machine. Tijdens het
werk is het daarvoor té laat.
4. I.v.m. draaiende delen, denk hierbij aan de aftakas en V-snaren, moet de gebruiker nauwsluitende kleding dragen,
vermijdt loshangende kledingstukken.
5. Om brandgevaar te beperken, adviseren wij U de machine regelmatig schoon te maken, ook onder de
beschermkappen. De beschermkappen moeten nadien weer met de originele bouten / moeren vastgezet worden.
6. Machine als in de instructies aangegeven aan de trekker aankoppelen en borgen.
7. Wanneer bij het aankoppelen de machine wordt opgetild of op de grond wordt gezet mag zich niemand tussen trekker
en machine bevinden. De trekker en de machine moeten tegen wegrijden geblokkeerd worden.
Wees altijd extra oplettend bij het aan- en afkoppelen van de machine.
8. Contragewichten altijd volgens voorschrift op de daarvoor bestemde plaatsen aanbrengen.
9. Tijdens wegtransport de machine altijd midden achter de trekker positioneren.
10. Let op de maximale as belasting van de trekker.
11. Het is verboden personen en/of dieren op de machine mee te laten rijden tijdens het maaien en wegtransport.
12. Voor het inschakelen van de machine controleren of zich geen personen (kinderen!) en/of dieren in de directe
omgeving bevinden. Zorg dat U voldoende uitzicht heeft! Tijdens het werk én wegtransport mag de trekkerbestuurder
de bestuurderscabine nooit verlaten.
8
.
.