OPGELET
• Omwikkel de hulpleidingen (twee) en de verbindingskabel stevig met
tape. Bij leidingen links en links achteraan, omwikkelt u alleen de
hulpleidingen (twee) met tape.
Hulpleidingen
Installatieplaat
• Plaats leidingen zorgvuldig zodat ze niet uit de rugplaat van de
binnenmodule steken.
• Sluit hulpleidingen en verbindingsleidingen zorgvuldig op elkaar aan
en snij de isolatietape rond de verbindingsleiding af om te voorkomen
dat de verbinding dubbel is omwikkeld, en verzegel de verbinding met
vinyltape e.d.
• Dauw kan de werking van de machine verstoren, zodat beide
verbindingsleidingen moeten worden geïsoleerd. (Gebruik
polyethyleenschuim als isolatiemateriaal.)
• Let op dat u de leiding bij het buigen niet verplettert.
Binnenmodule Bevestigen
1. Voer de leiding door de opening in de muur en haak de binnenmodule vast
aan de haken bovenaan de montageplaat.
2. Zwenk de binnenmodule naar rechts en naar links om na te gaan of ze
stevig op de montageplaat zit.
3. Druk de binnenmodule tegen de muur en haak ze vast onderaan de
montageplaat. Trek de binnenmodule naar u toe om te controleren of ze
goed is vastgehaakt aan de montageplaat.
Hier vasthaken.
1
1
Installatieplaat
2
Haakje
• Om de binnenmodule los te maken van de
montageplaat, trekt u ze naar u toe terwijl
u de onderkant op de aangegeven punten
omhoog duwt.
Installatieplaats
• Een plaats met voldoende ruimte rond de binnenmodule, zoals aangegeven
in de afbeelding.
• Een plaats die het gewicht van de buitenmodule kan dragen en geen lawaai
noch trillingen versterkt.
• Een plaats waar het lawaai en de afvoerlucht de buren niet stoort.
• Een plaats die niet is blootgesteld aan krachtige wind.
• Een plaats waar geen ontvlambare gassen lekken.
• Een plaats waar het toestel de doorgang niet belemmert.
• Wanneer de buitenmodule verhoogd dient te worden geïnstalleerd, moeten
de voetjes worden verankerd.
• Leidingen mogen maximaal 20 m lang zijn. Voeg als de lengte meer dan
15 m is, 20 gr koelmiddel toe voor iedere extra meter leiding.
• De maximale hoogte voor installatie van de buitenunit is 10 m.
• Een plaats waar het afvoerwater geen problemen geeft.
Voorzorgsmaatregelen voor installatie
in gebieden met sneeuwval en lage
temperaturen.
• Gebruik niet de meegeleverde afl oopnippel voor afvoerwater. Laat uit alle
afvoergaten het water rechtstreeks afl open.
• Om het buitenapparaat te beschermen tegen sneeuwophopingen, moet
u een montageframe installeren en daarop een sneeuwbeschermingskap
en-plaat monteren.
* Monteer geen apparaten boven elkaar.
1110251284-NL.indd 5
1110251284-NL.indd 5
1. Zorg ervoor dat de afvoerslang afl oopt.
Binnenmodule
• Het gat moet lichtjes schuin omlaag naar buiten toe zijn geboord.
Verbindingskabel
2. Giet water in het afvoercarter en controleer of het water wordt afgevoerd.
3. Wanneer u de afvoerverlengslang aansluit, moet u de verbinding
Deze air conditioner is uitgerust om
condensvocht dat achteraan op de
binnenmodule wordt gevormd op te vangen
en naar het afvoercarter te leiden.
Plaats het netsnoer en andere onderdelen
dan ook niet boven de afvoergeleider.
Drukken
(loshaken)
Drukken
Drukken
BUITENMODULE
BUITENMODULE
5
Afvoer
OPMERKING
Zorg ervoor dat
de afvoerslang
niet oploopt.
50 mm
of meer
Steek het uiteinde
van de afvoerslang
niet in water.
afschermen met een stuk leiding.
Leiding
Afvoerslang
Binnenshuis
OPGELET
Plaats de afvoerleiding zo dat de afvoer niet wordt belemmerd.
Een verkeerde afvoer kan resulteren in condensvorming.
Sneeuwbeschermingsplaat
Voorkant
Sneeuwbeschermingskap
Minstens
50 cm
Sneeuwophopingslijn
Ankerbouten
Montageframe
OPGELET
1. Installeer de buitenmodule zo dat de luchtafvoer niet wordt belemmerd.
2. Wanneer de buitenmodule wordt geünstalleerd op een plaats die
steeds is blootgesteld aan krachtige wind, zoals bijvoorbeeld aan de
kust of op een hoge verdieping, moet de normale ventilatorwerking
worden beveiligd met een kanaal of windscherm.
3. Installeer het toestel op winderige plaatsen zo dat er geen wind in kan
blazen.
4. Installatie op de volgende plaatsen kan problemen geven.
Installeer het toestel niet op de volgende plaatsen.
• Een plaats die is bevuild met machineolie.
• Een zoute omgeving zoals bijvoorbeeld de kust.
• Een plaats met een hoge zwavelgasconcentratie.
• Een plaats waar hoogfrequente
golven worden gegenereerd,
bijvoorbeeld door audio-apparatuur,
lasapparatuur en medische
uitrusting.
Laat de
afvoerslang
niet golven.
Plaats het uiteinde
van de afvoerslang
niet in het afvoerkanaal.
Afvoerverlengslang
Muur
Afvoergeleider
Ruimte voor
leidingen
Installeer minstens
50 cm boven de
sneeuwophopingslijn.
Krachtige
wind
2/20/13 4:06 PM
2/20/13 4:06 PM