AutoCross-Laser ACL 3 / ACL 3 RX
Kalibratiecontrole voorbereiden: u kunt de kalibratie van de laser contro-
leren. Plaats het toestel in het midden tussen twee muren die minstens 5
meter van elkaar verwijderd zijn. Schakel het apparaat in (LASERKRUIS EN
TILTFUNCTIE AAN). Voor een optimale controleeen statief gebruiken.
1. Markeer punt A1 op de wand.
1.
A1
2.
Kalibratie controleren: 3. Plaats het toestel zo dicht mogelijk tegen de
3.
A1
4.
Opgelet:
wanneer het verschil tussen punt A2 en A3 groter is dan de aangegeven
tolerantie, nl. 2 mm / 10 m, is een kalibratie nodig. Neem hiervoor contact
op met uw vakhandelaar.
Controleren van de verticale lijn: apparaat op ca. 5 meter van de wand
opstellen, aan de wand een lood met ongeveer 2 meter draad bevestigen, de
draad moet vrij kunnen pendelen, apparaat instellen in de verticale positie en
wanneer u de draad nadert, mag het verschil niet meer zijn dan 1,5 mm. In dat
geval blijft u binnen de gestelde tolerantie.
Controleren van de horizontale lijn:
Apparaat op ca . 5 meter van de wand opstellen,
en het laserkruis instellen, punt B aan de wand
markeren, laserkruis ca. 2,5 meter naar rechts
draaien en punt C markeren. Controleer nu of
of de waterpaslijn van punt C op gelijke hoogte ligt met punt B - met een tole-
rantie van max. 2 mm. Dezelfde controle kunt u tevens naar links uitvoeren.
20
wand ter hoogte van punt A1.
A2
A3
NEDERLANDS
2. Draai het toestel
180° om en markeer
het punt A2. Tussen
A1 en A2 hebt u nu
een horizontale
referentie.
A2
4. Draai het toestel
vervolgens 180° en
markeer punt A3.
A2
Het verschil tussen
A2 en A3 moet bin-
nen de tolerantie
A2
van de nauwkeurig-
A3
heid liggen.
B
2,5 m
C